:: ARTIKELS ::
DVDInfo.be >> Artikel >> Algemeen >> HET VEERTIGSTE FILMFESTIVAL VAN GENT
HET VEERTIGSTE FILMFESTIVAL VAN GENT
Type: Algemeen - Datum: 2013-10-20 - Geplaatst door: Didier

HET VEERTIGSTE FILMFESTIVAL VAN GENT: dagboek van een filmmarathon.

Dinsdag 8 oktober.
Deze dag stond al sinds geruime tijd in het agenda van menig filmfan met stip genoteerd. Op die dag werd immers de officiële start van de veertigste editie van het Filmfestival van Gent gegeven, een festival dat ooit als een klein visje begon, maar dat ondertussen met de allergrootsten meekan. De huidige organisatoren hebben ondertussen meer dan hun eigenzinnige (maar vaak fijne) stempel gedrukt op dit filmfestijn en dus ook op de keuze van de openingsfilm. Op sociale media werd een kleine oorlog uitgevochten omdat sommige filmfans meenden dat Het Vonnis van Jan Verheyen eigenlijk de opener behoort te zijn, maar men koos voor The Fifth Estate van Bill Cordon, eigenlijk een film die ook een beetje van eigen bodem is, want de spionageprent is (dankzij de taxshelter) voor een groot deel in België opgenomen. Benedict Cumberbatch speelt op imponerende wijze de rol van Wikileaks-oprichter Julian Assange, ook al is de echte Assange het daarmee niet eens. De film is best leuk, maar menig kijker zal zich vergalopperen aan de overvloed van feiten. Maker Cordon kon er niet bij zijn, maar Prins Laurent wel, waarmee het Filmfestival van Gent meteen voor de eerste keer de headlines haalde. Normaal is de première voorbehouden aan politici en ander schoon volk, maar omdat volgens artistiek directeur Patrick Duynschlaegher op het festival iedereen een vip moet zijn, kon ook de gewone sterveling de opener meepikken. Neen, niet in het bijzijn van de koninklijke hoogheid, maar wel in de Capitole. Meteen ook een symbolische keuze, want dit theater was tot de opening van het Kinepolis-complex de Gentse bioscoop bij uitstek.

Woensdag 9 oktober.
Na een nachtje te weinig slaap (hobbyjournalisten moeten nu eenmaal ook nog werken) stonden er woensdag twee prenten op het menu. Omdat Duynschlaegher zich wil spiegelen aan de grote festivals, vindt hij het opportuun dat er in de selectie een genrefilm zit. L’étrange Couleur Des Larmes De Ton Corps van het duo Hélène Cattet en Bruno Forzani behaalt daarmee meteen een plaats in de competitie voor de hoofdprijs van het festival. Hun ode aan de Italiaanse giallo-thrillers van Dario D’Argento en Mario Bava zal geen mens na één kijkbeurt begrijpen, wel staat nu al vast dat het de meest surrealistische film is die ooit is gemaakt in dit landje. Na afloop voel je zelfs dat hier een toekomstige culthit in zit! Volgens samensteller Wim De Witte wil het Filmfestival van Gent voor twaalf dagen de superhelden laten vergeten, cinema over gewone mensen zoals u en ik dus. Een mooi voorbeeld daarvan is de indiehit Prince Avalanche van David Gordon Green. Deze ongewone komedie heeft een cast van twee supersterren (Paul Rudd en Emile Hirsch) en is een kleine film over grote emoties. De prent wordt uitgebracht door het nieuwe Belgische distributiehuis Remain In Light waarover je binnenkort op onze pagina’s (via een interview met de stichter) meer kan lezen.

Donderdag 10 oktober.
Het grote evenement is natuurlijk de opening van de Martin Scorsese-expo in het Gentse Caermersklooster. De tentoonstelling loopt nog tot en met 23 januari. Zeer binnenkort kan je op deze pagina’s daarover een uitgebreid verslag lezen, Scorsese is immers niet voor niets één van de grootste (levende) filmregisseurs. Maar goed, ondertussen loopt het festival als een trein en moeten we opnieuw naar het witte doek rennen. Geen festival zonder een flinke broke wereldcinema. Een van de niet te missen prenten in dat genre is Omar van Hany Abu-Assad. In de wandelgangen wordt nu al door insiders gefluisterd dat dit Palestijnse liefdesdrama één van de grote kanshebbers is om volgend jaar de Oscar voor Beste Buitenlandse Film weg te kapen. Ofschoon we het beeldje aan Felix Van Groeningen gunnen, is Omar toch een film die dagenlang in je hoofd blijft rondzweven. Nog realistischer en aangrijpender is The Selfish Giant, het filmdebuut van Clio Barnard. De Britse cineaste liet zich duidelijk inspireren door films als Les 400 Coups of Kes. Net als in die klassiekers zien we het relaas over jonge kinderen zonder toekomst. Dit sociaal-realistische drama is niet alleen het eerste hoogtepunt van het festival, maar tegelijkertijd ook een film die nu al een vaste plek in de Top 20 van 2013 heeft veroverd. The Selfish Giant komt op 15 januari 2014 in de Belgische bioscopen.

Vrijdag 11 oktober
Terwijl voetbalfans op straat juichen omdat ons land naar het WK mag, slaat het hart van iedere cinefiel een beetje sneller. 11 oktober is immers een topdag, want drie regisseurs betreden vandaag de rode loper. Het startsein wordt gegeven door Jean-Pierre Jeunet. The Young And Prodigious T.S. Spivet  kan je het best omschrijven als het Amerikaanse neefje van Amélie Poulain. Even fascinerend en vooral even mooi. Na een paar mindere films is de Franse grootmeester er opnieuw, ook al benadrukt hij dat (ondanks de taal) dit geen terugkeer naar Amerika is. Of hij ook voor de tweede keer de kassa zal laten rinkelen blijft de vraag, wel is zijn laatste spruit de familiefilm van het jaar en daarom misschien interessant om voor één keer Piet Piraat langs de zijkant te laten staan. Het cinefiele orgasme van de dag is natuurlijk de komst van Paul Schrader. De levende legende maakte onvergetelijke klassiekers (van Cat People tot Mishima), maar vanavond was het de beurt aan de gerestaureerde versie van Taxi Driver. Dat was meteen het eerste script dat de man schreef. Hij moest wel, aldus Schrader, want anders zou hij zelf een Travis Bickle geworden zijn. Taxi Driver wordt door Schrader aangekondigd als “the movie that never dies”. Sterven zal Taxi Driver nooit en ook al heb ik de film ruim dertig keer gezien, toch blijft hij één van de grootste meesterwerken aller tijden. De afsluiter van de avond is jammer genoeg van een heel ander kaliber, zeg maar een voorbeeld van hoe het niet moet. De aanwezige regisseur David Lowery werd zowel in Cannes als Sundance bejubeld, toch overtuigt zijn debuut niet. Ain’t them Body Saints lijkt een beetje op Badlands, maar mist adrenaline. Deze als lyrische misdaadromance aangekondigde prent had dan ook eerder het effect van een goedwerkende slaappil.

Zaterdag 12 oktober
Niets is mooier in het leven dan het doorbreken van de dagelijkse sleur. Wat dacht je bijvoorbeeld van een bioscoopvertoning om tien uur ’s ochtends en dan nog wel op zaterdag! Eerder verraste J.C. Chandor filmfans op de financiële thriller Margin Call en nu is er All Is Lost. Nu ook lijkt de titel misschien weer op een Wall Street-thriller, doch speelt alles zich af op een zeilbootje. De enige acteur die je in de hele prent ziet is Robert Redford. Het verhaal van deze tot visvoer gedoemde zeiler creëert zowel spanning als emoties. Het is misschien atypisch dat op een festival van auteurscinema een Universal-product met de pluimen gaat lopen, doch is dat oververdiend. Ook op de vijfde dag van het festival is Paul Schrader weer present en deze keer met zijn eigen kind The Canyons. De film was al controversieel nog voor iemand hem zag, want de hoofdrol wordt vertolkt door schandaalsletje Lindsay Lohan. Je kan in deze thriller Lohan van alle kanten bewonderen en als je nog wat tijd overhebt, kan je ook nog wat van de cinematografische genialiteit genieten. Wedden dat The Canyons dit jaar in mijn Top 5 zit? Na de film was er trouwens een uiterst interessant interview met de meestercineast. Volgens Schrader moeten we ons vandaag geen illusies meer maken: “Cinema is dead. There’s no place for multicomplexes. Film has its new tools like the internet and it are those tools you have to use”. Afsluiter van de dag was L’Inconnu Du Lac. Deze homofilm miste tot groot ongenoegen van heel wat cinefiele journalisten de officiële selectie van Cannes en moest zich tevreden stellen met een plaats in de Un Certain Regard-reeks. Een totaal onterechte keuze volgens de organisatoren en daarom mocht de film van Alain Guiraudie in Gent wel meedingen voor de hoofdprijs. L’inconnu Du Lac is een zeer controversiële prent en zeker een buitenbeentje in de holebi-film, want geef toe: een gayfilm met een seriemoordenaar zie je niet elke dag.

Zondag 13 oktober
Buiten huilt de wind, takken vallen van de bomen en zelfs de opstelling van het buitenpodium moet eraan geloven. Je zou bijna denken dat de bioscoop de enige veilige thuishaven is, ten minste lichamelijk toch. Na het zien van Harmony Lessons ligt je geest namelijk ook overhoop. Het filmdebuut van de Kazachstaanse filmmaker Emir Baigazin was op het Filmfestival van Berlijn al eerder een blikvanger. Te oordelen naar de reactie van het publiek is hij dat ook in Gent. Harmony Lessons is zeker niet de eerste film die vertelt tot wat pesterijen op school kunnen leiden (denk maar aan Klass of Elephant), maar misschien graaft Baigazin nog wat dieper. De scènes waarin de jonge kereltjes genadeloos door de politie worden ondervraagd vergeet je nooit. De man die vandaag de rode loper betreedt (ofschoon het door de regen meer een zwarte loper is geworden) is Philippe Claudel. Deze Fransman is niet alleen de auteur van een dertigtal boeken, ook is hij de maker van het imponerende Il Y A Longtemps Que Je T’Aime. Ook voor zijn nieuwste film werkte Claudel samen met Kristin Scott Thomas. De film gaat over (zoals alleen Roel Van Bambost het kan zeggen) mensen in de herfst van hun leven. Beseffend dat de winter op komst is, treden ze plots buiten de lijntjes. Avant L’Hiver is onderhoudend, maar mist de magie van grootse Franse cinema en daar kan zelfs hoofdrolspeler Daniel Auteuil niets aan veranderen. Wie weet zullen we binnen enkele jaren iets over Deben van Dam kunnen schrijven, want deze kerel won met De Weg Van Alle Vlees de ACE Image Factory Publieksprijs in de Competitie voor Belgische Studentenkortfilms.

Maandag 14 oktober
Bij het ontwaken is Paul Schraders hoofd één van de eerste foto’s die ik zie. De stercineast staat op de cover van De Morgen en herhaalt zijn fatale woorden dat cinema dood is (en ook dat filmfestivals de toekomstige filmcuratoren zijn). Eens je de filmtempel van Kinepolis betreedt zou je nochtans geneigd zijn om deze onheilsprofeet groot ongelijk te geven, want ondanks het vroege uur is de zaal aardig gevuld voor The Immigrant. Deze nieuwe film van James Gray zit ondanks zijn hoog Hollywoodgehalte in de officiële competitie. Net zoals in zijn voorgaande titels We Own The Night en The Yards zweert Gray trouw aan het acteertalent van Joaquin Phoenix. De man met het stalen gezicht vertolkt de rol van een pooier die in de jaren 20 verloren zieltjes in zijn nachtclub laat werken. Het slachtoffer in deze film is de Poolse immigrante Ewa (Marion Cottilard). De aanpak van deze film kan niet klassieker zijn. Misschien zelfs iets te klassiek om echt te overtuigen, alhoewel het steengoede cinema blijft. De Aziatische cinema wordt evenmin op de veertigste editie vergeten. Naast de poëtische horrorfabel A Touch Of Sin van Jia Zhangae zit ook Like Father, Like Son van Hirokazu Koreda in de competitie. Volgens Patrick Duynschlaegher is deze film het zakdoekmoment van één van de grootste cineasten uit de Japanse arthouse. Dat heeft waarschijnlijk ook Steven Spielberg gedacht, want het is de papa van E.T. die hem op het Filmfestival van Cannes de Juryprijs overhandigde. Het verhaal is stokoud (een rijke baby die met een arme wordt gewisseld), maar Hirokazu Koreda doet er iets zeer aparts mee. Mooie cinema die je meteen Schrader (of ten minste zijn woorden toch) doet vergeten.

Dinsdag 15 oktober

Het festival is ondertussen al een week bezig en dus wordt het stilaan tijd om uit te kijken wie met welke prijzen gaat lopen. Een van de grootste awards die in Gent wordt uitgereikt is die van het publiek. Het systeem kan niet democratischer zijn: op het einde van een voorstelling geeft iedere toeschouwer aan een mooie dame zijn bioscoopkaartje af met daarop zijn quotering. Vorig jaar ging Jagten met de prijs lopen en dit jaar ziet het ernaar uit dat het wederom een prent zal worden die de gezinsproblematiek centraal stelt. En misschien zijn de twee films van vandaag een kanshebber (eentje staat hoogstwaarschijnlijk in mijn Top 5 van dit filmjaar!). What Maisie Knew is de hedendaagse adaptatie van de gelijknamige klassieke roman van Henry James. De zesjarige Maisie is noch welkom bij mama, noch bij papa. De ouders houden wel van hun kind, maar ze hebben het veel te druk met hun eigen leven. De prent laat de kijker achter met een brok(je) in de keel, toch lijkt deze film net iets te veel op een Sundance-versie van Kramer vs Kramer. Bovendien blijf ik bij mijn stelling dat Steve Coogan één van de grootste verschrikkingen van het witte doek is. Hartverscheurend (en cinematografisch veel knapper) is Suzanne van Katell Quillévéré. Een naam die geen mens kan onthouden, desalniettemin zal de tweede film van deze Française nog lang nazinderen. In 90 minuten volgen we 25 jaar lang de tragische levensloop van een jonge vrouw, een anarchiste die weigert om toe te geven aan de regels die de maatschappij haar oplegt. De prijs die ze daarvoor betaalt is evenwel bikkelhard. De film raast als een sneltrein over het scherm. Dit is Dardenne-kwaliteit met (af en toe) een vleugje humor. Tot dusver is Suzanne samen met The Canyons voor mij het hoogtepunt van deze veertigste editie, een klik met de muis leert mij dat de rest van de festivalgangers voorlopig voor The Retrieval kiest.


Woensdag 16 oktober
Leuk klinkt het niet en toch komt het eindstation van de veertigste editie stilaan in zicht. Ondertussen kennen we al de eindwinnaar van de officiële competitie: The Selfish Giant van Clio Barnard. Een gedurfde keuze is deze Dardenne-achtige film geenszins, wel oververdiend. Vandaag stonden er opnieuw drie films op het programma die al weken in mijn agendaatje met een kruisje waren aangeduid. Lovelace van Rob Epstein en Jeffrey Friedman vertelt het trieste levensverhaal over Linda Lovelace, de allereerste pornoactrice die een ster werd. De prent heeft zeker haar verdiensten (vooral de bijrollen zitten in het eeuwige filmgeheugen), toch is Lovelace veel te oppervlakkig. De regisseurs maken tevens de fout om te veel de kant van Linda Lovelace te kiezen. Een betere kijkkeuze is dan ook de schitterende documentaire Inside Deep Throat die enkele jaren geleden eerder is uitgebracht. Het buitenbeentje van dit filmjaar zou wel eens Venus In Fur kunnen zijn, de nieuwe Roman Polanski. Na twintig minuten wordt het duidelijk dat de Pool met deze eigenzinnige film hoogstwaarschijnlijk commercieel plat op zijn bek zal gaan. Dat neemt niet weg dat de verfilming van het boek van Leopold von Sacher-Masoch geregeld beklijvende cinema oplevert. Je ziet slechts twee protagonisten (Mathieu Almaric en Emmanuelle Seigner) en dat op één locatie. Venus In Fur is statisch, bij momenten vrij verwarrend, maar tegelijkertijd ook innoverende cinema. Afsluiten doen we met Blood Ties. De aanwezige regisseur Guillaume Canet vertelde dat hijzelf onder de indruk was van de Vlaamse hype omtrent Matthias Schoenaerts. Ofschoon zijn korte rol meer dan goed is, blijft Blood Ties toch meer dan zo maar het Hollywooddebuut van het Vlaamse wonderkind. Canet spiegelde zich voor deze misdaadfilm aan zijn jeugdidolen uit de jaren 70. Het eindresultaat is ronduit schitterend, want Blood Ties kan zich meten met het beste van Sidney Lumet of John Cassavetes, waardoor deze misdaadfilm één van de beste (misschien zelfs de beste!) Hollywoodprenten van 2013 is.

Donderdag 17 oktober

Alhoewel het voor de organisatoren vandaag wellicht de drukste dag was, konden de cinefiel eerder een beetje uitblazen. De meeste films die vandaag op het programma staan zijn herhalingen van eerdere vertoningen. Vooraleer Joseph-Gordon Levitt de rode loper mocht betreden was er nog de uitreiking van de Explore Zone-award. Deze prijs wordt door een jongerenjury toegekend. Dit jaar konden de jongelui niet goed beslissen of ze de prijs aan Harmony Lessons of aan Omar zouden geven. Uiteindelijk werd het toch die laatste. Dat stemde regisseur Hany Abu-Assad (die ondertussen al in een filmfestival in New York zit) zeer gelukkig omdat hij het belangrijk acht dat jongeren hun ogen niet sluiten voor de politieke problematiek in het Midden-Oosten. Na het overhandigen van de award was het de beurt aan Joseph-Gordon Levitt om zijn regiedebuut Don Jon voor te stellen. Nog nooit waren er zo veel veiligheidsagenten in een Gentse bioscoopzaal aanwezig als vandaag. De zenuwachtigheid bij de organisatie was meer dan gegrond, want het volk dat rondom de bioscooptempel in de rij stond voor deze filmgod was enorm. Je zou hem het best met Tom Cruise kunnen vergelijken, net als hij paradeert ook Joseph-Gordon Levitt met de grootste zelfzekerheid die een mens zich kan voorstellen. Hij is een ster en hij weet het! O ja, en wat valt er over Don Jon te vertellen? Het is misschien niet de beste film van het jaar, maar beslist de grappigste. Een meisjesversierder (Levitt dus, of wie anders?) laat zijn vriendinnetje (Scarlett Johansson) staan voor zijn dagelijkse porno om op het einde van de film met een oude hippie (Julianne Moore) in bed te duiken. Een soort van lightversie van Shame dus.

Vrijdag 19 oktober
Zowel de sociale media als de kranten hebben het nog steeds over het bezoek van Joseph-Gordon Levitt, waardoor het erop lijkt alsof het hoogtepunt al is bereikt. Waarschijnlijk is dat wel zo, toch zijn er nog twee festivaldagen te gaan en voor de soundtrackliefhebbers is er ook nog het World Soundtrack Awards-concert met topcomponist Alexandre Desplat als eregast. We begonnen de dag met een Duitse thriller die is geregisseerd door een Franse cineaste. Liefhebbers van Franse kwaliteitsfilms zullen Denis Dercourt wellicht kennen van La Tourneuse Des Pages. Ook in Zum Geburstag zoekt zij de duistere kanten van de mens op. De thriller is tegelijkertijd intrigerend en opwindend. Een aanrader, ook al laat het open einde de nieuwsgierige kijker wat verweesd achter. Under The Skin is de nieuwste arthouseprent van Jonathan Glazer die naast Birth met Nicole Kidman vooral bekend is wegens zijn videoclips voor Massive Attack en Radiohead. Scarlett Johansson speelt in deze aparte film de rol van een buitenaards wezen dat in het hedendaagse Schotland als een zwarte weduwe mannen verslindt. Wellicht zal het bioscooppubliek dit meesterwerk verguizen wegens net iets te pretentieus. Under The Skin is wellicht de Holy Motors van 2013, alleen veel beter. Afsluiten doen we met Gravity van Alfonso Cuarón. Het is misschien bizar dat de film die op de Amerikaanse markt alle records verpulvert toch een plaats op een alternatief filmfestival krijgt, desalniettemin is dat verdiend. Het relaas van twee astronauten die anderhalf uur doelloos in de ruimte rondzweven is uiterst bloedstollend. Tja, misschien is Gravity wel de spannendste film ooit gemaakt.

Zaterdag 19 oktober
Alhoewel ik het nog altijd niet kan geloven, is het einde van het Gentse Filmfestival een feit. Het filmaanbod van vandaag is eerder mager, maar dat komt natuurlijk omdat het zwaartepunt van deze slotdag op de World Soundtrack Awards-concert in het Kuipke ligt. Zelf koos ik vandaag voor drie commerciële Hollywoodfilms. Nu ja, een andere keuze was er niet echt. Inside Llewyn Davis is de nieuwste telg van de Coen-broertjes. Deze nepbiografie (ofschoon alles is gebaseerd op het leven van de echte Dave Van Ronk) vertelt op ludieke wijze de levensloop van een folkzanger uit Greenwich Village. De film was wel een kanshebber voor de Gouden Palm in Cannes, toch hebben de twee regisseurs het al beter gedaan. Op naar Carrie dan. Ik was wel benieuwd naar de remake van Kimberly Pierce, per slot van rekening is zij de regisseuse van Boys Don’t Cry. Helaas kan deze overbodige remake geen seconde aan het origineel van grootmeester Brian De Palma tippen. Julianne Moore doet wel haar best, maar voor de rest is dit niet meer dan plat horrorvoer voor Scream-fans. En dan was er nog de slotfilm Behind The Candelabra. In feite gaat het om een dubbel afscheid. Niet alleen valt daarmee het doek over het veertigste Gentse filmfestival, ook geeft Steven Soderbergh er met deze film als regisseur definitief de brui aan. Het werd jammer genoeg een afscheid in mineur. Neen, deze biografie over de extravagante Las Vegas-pianist Liberace is grandioos, maar in feite is het gewoon een televisiefilm van HBO. Geen enkele grote Hollywoodstudio wilde namelijk geld in de prent pompen. Een zeer foute beslissing zo blijkt.

Tja, en hiermee zit ook ons dagboek erop. Er valt geen enkel negatief woord over dit filmfestival te zeggen. Alles was aanwezig: van eigenzinnige arthouse tot peperdure Hollywoodproducties. Nog twaalf maanden slapen en we kunnen aan een nieuwe editie beginnen!







Andere artikels van hetzelfde type