LORD OF THE RINGS 3, THE - THE RETURN OF THE KING (5-DISC)
Bespreking door: Werner - Geplaatst op: 2004-12-11
FILM
Nota: Alle screenshots zijn uit scènes die niet in de theatrical cut zitten.
Er waren eens twee hobbits, Déagol (Thomas Robins) en Sméagol (Andy Serkis). Tijdens een partijtje vissen haalt Déagol per ongeluk een ring uit het water. Deze steekt Sméagol zodanig de ogen uit, dat hij bereid is om zijn eigen broer te doden om de ring in zijn bezit te krijgen. De ring neemt echter bezit van hem, en alhoewel zijn levensloop er onnatuurlijk lang door getrokken wordt, verandert hij langzamerhand in het liefdeloze wezen Gollum.
Honderden jaren later is Gollum als gids op weg met de hobbits Frodo (Elijah Wood) en Sam (Sean Astin) om te trachten via de pas van Cirith Ungol het verdoemde land Mordor, de voortuin van de kwaadaardige Sauron, te bereiken, de enige plaats waar de ring vernietigd kan worden. Gollum probeert echter nog steeds om de ring in zijn bezit te krijgen, en doet maar wat moeite om de gezworen vrienden Frodo en Sam tegen elkaar op te zetten. Met elke stap wordt de tocht voor Frodo zwaarder, en daarbij komt nog eens dat Gollum eigenlijk hoopt de hobbits in het hol van de reuzespin Shelob te lokken, die altijd wel zin heeft in een hobbit-biefstuk.

De magiër Gandalf (Ian McKellen), de strijder Aragorn (Viggo Mortensen), de elf Legolas (Orlando Bloom) en de dwerg Gimli (John Rhys-Davis), vier vroegere leden van het Genootschap van de Ring, arriveren intussen bij de ruïnes van Isengard, waar het leger van tovenaar Saruman de duimen heeft moeten leggen voor de niets ontziende aanval van de Ents, de boommensen die zich door de hobbits Merry (Dominic Monaghan) en Pippin (Billy Boyd) hebben laten ompraten om zich in deze oorlog niet afzijdig te houden. In de ruïnes vindt Pippin echter een palantír, een zwarte steen waarmee Saruman contact hield met Sauron. Ondanks Gandalfs waarschuwing kan Pippin zich niet bedwingen, en neemt een kijkje in de palantír, en komt daarbij bijna onder de invloed van Sauron. Sauron denkt nu echter dat híj de uitverkoren hobbit is die de ring bij zich draagt, én Pippin heeft in de palantír gezien dat Saurons volgende doelwit Gondor is, hoofdstad van het oude koninkrijk. Gandalf vertrekt met Pippin naar Minas Tirith, waar de residentie is van de stadhouder van Gondor, heer Denethor (John Noble). Die heeft echter net de dood van zijn zoon Boromir (Sean Bean) vernomen, en is niet voor rede vatbaar. Als zijn tweede, in zijn ogen minderwaarige, zoon Faramir (David Wenham) komt melden dat de voorstad Osgiliath ten prooi is gevallen aan de legers van Sauron, zendt Denethor hem tegen alle gezond verstand terug het strijdperk in, met slechts een heel kleine hoop dat hij het zal overleven.

Maar de zaken liggen iets gecompliceerder: de stadhouder heeft gehoord dat Aragorn, de rechtmatige opvolger van de koningstroon van Gondor, aan de zijde van koning Théoden (Bernard Hill) met succes het koninklijk Rohan heeft verdedigd tegen de meutes van Saruman. En Denethor vreest dat het inroepen van de hulp van Rohan in de komende strijd tot gevolg zal hebben dat de rechtmatige koning van Gondor zijn troon zal komen opeisen. Aragorn is zelf nog niet zeker van zijn lotsbestemming, maar wanneer de elvenleider Elrond (Hugo Weaving) het gebroken zwaard Narsil van zijn voorvaderen laat hersmeden, vindt Aragorn de moed om versterking in te gaan roepen van een bataljon dode geesten, die nog een ereschuld hebben uitstaan aan Gondor. Elronds dochter Arwen Undomiel (Liv Tyler) moet intussen nog steeds kiezen tussen samen met de rest van de elven de wereld van de mensen verlaten, of kiezen voor haar geliefde Aragorn maar daardoor impliciet haar onsterfelijkheid opgeven; en ondanks het feit dat Elrond dit met lede ogen moet aanzien, is ze meer en meer geneigd om deze laatste optie te nemen. Aragorn heeft feitelijk niet te klagen over gebrek aan vrouwelijke aandacht, want ook Théodens nicht Éowyn (Miranda Otto) is diep onder de indruk gekomen van Aragorns koninklijk charisma, en net als de vele mannen in Rohan zou ze hem in de strijd volgen tot de dood.

En zo zijn de kaarten geschud; Aragorn weet met behulp van zijn leger van spoken de belegering van Minas Tirith te breken. Terwijl Saurons troepen zich in Mordor hergroeperen voor de laatste, beslissende slag, besluit Aragorn om zelf Mordor aan te vallen, in de hoop Saurons aandacht van de twee kleine, dappere hobbits af te leiden die intussen pogen om Sauron te vernietigen op de enige manier die mogelijk is, namelijk door de Ene Ring in de vulkaan Mount Doom te werpen. Maar als de Ring zo krachtig is dat hij de vriendelijke, vrolijke Sméagol heeft kunnen veranderen in de afzichtelijke Gollum, zal de jonge Frodo dan kunnen weerstaan aan zijn dodelijke lokroep?

Hoe maak je een film die 11 oscars heeft gewonnen, nog beter? Met deze director's cut slaagt Peter Jackson er voor de derde keer op rij in om een reeds ingewikkeld en goed uitgediept verhaal nog meer uit te diepen. Maar liefst 48 minuten extra beeldmateriaal werden in deze versie binnengesluisd, en dan rekenen we de intussen klassiek geworden tien minuten extra fanclub-credits nog niet eens mee. De nieuwe en uitgebreide fragmenten zijn veel meticuleuzer in het geheel ingelast dan bij de vorige twee edities, waardoor de overgang tussen de theatrical cut en de director's cut mogelijk nog minder scherpe kantjes vertoont dan bij de vorige twee installaties, die zelf al meesterwerkjes op zich waren. Paradoxaal genoeg vonden we net de stukjes waar we erg naar uitkeken, omdat we ze uit het boek kenden, eerder bescheiden uitvallen, terwijl op de meest onverwachte ogenblikken Jackson andere scènes heeft herwerkt. Eén van de eerste langere scènes die wordt ingevoegd, vlak na de openingsscène met Sméagol en Déagol, is de langverwachte finale confrontatie tussen Saruman en Gandalf, en dit is teveneens de grootste dichterlijke vrijheid die Jackson zich in de drie films heeft veroorloofd. Het achterhoedegevecht tussen Saruman en de hobbits, waarmee het derde boek van Tolkien wordt afgesloten, wordt op radicale wijze onmogelijk gemaakt. Het is echter de enige verandering in de film waarbij verder van het boek wordt afgeweken; alle andere substituties en toevoegingen die zijn gemaakt, zijn nog eens een dubbele traktatie voor de vele lezers van de boeken, omdat de scènes zó uit Tolkiens tekst zijn gelicht. Zo is de romantische toenadering tussen Éowyn en Faramir beter uitgewerkt door het incorporeren van de befaamde
Houses of Healing-paragrafen. Ook Pippins ongezonde belangstelling voor de palantír, de confrontatie tussen Gandalf en de Witch-King of Angmar, de rol van de verdoemde geesten bij de verovering van de Black Ships en de manier waarop Aragorn via de palantír uiteindelijk Sauron uitdaagt zijn stuk voor stuk goed uitgewerkte uitdiepingen. Dé twee toegevoegde scènes die echter het meest tot de verbeelding spreken, zijn zonder twijfel Sam en Frodo die zich als Orcs vermommen om vervolgens in een oprukkende legereenheid van Sauron te verzeilen, en natuurlijk Aragorn die vlak voor de finale slag een zeer emotionele confrontatie aangaat met the Mouth of Sauron, de woordvoerder van het Kwaad.

De extra scènes zijn alles behalve in de gauwte afgeraffeld. Ook het special effects-team mocht opdraven om meer dan 300 nieuwe takes bij te creëren, en componist Howard Shore moest voor de derde keer op rij terug de studio induiken om extra muziek te voorzien voor de nieuwe stukjes. De muzikale thema's zitten hem blijkbaar goed in de vingers; twee opvallende nieuwe stukken zijn een variatie op het
Into The West-thema wanneer Pippin en Gandalf de slag bij Minas Tirith afwachten, en een huiveringwekkend nieuw gezongen - dus eerder uitzonderlijk in deze film - stuk muziek in de
Houses of Healing-scènes, uitgevoerd door niemand minder dan Liv Tyler. De film is een mijlpaal geworden, maar tegelijkertijd ook een mastodont; samen met de twee andere extended edities overstijgt de film met gemak de elf uur speelduur, en dan nog heeft Jackson compromissen moeten sluiten en scènes uit Tolkiens werk moeten schrappen. Meer respect voor het origineel opbrengen dan Jackson gedaan heeft is nochtans simpelweg onmogelijk, al moet gezegd worden dat deze verfilming van het onverfilmbaar geachte boek nooit zou gerealiseerd geweest kunnen zijn zonder de vooruitgangen in digitale effecten die de laatste jaren bereikt zijn. En al heeft enkel deze derde film de meest substantiële oscars naar huis mogen meenemen, als je als leek zomaar in het derde verhaal inpikt ben je gegarandeerd na tien minuten de draad kwijt, waardoor we rustig kunnen stellen dat de artistieke erkenning voor de drie films samen geldt; in de besprekingen van de vorige delen hebben we vaak de loftrompet gestoken over de coherentie tussen de drie films. Wie dus totnogtoe geen enkele
Lord Of The Rings-film in huis heeft, raden we ten stelligste aan om de box met de drie vier-discs aan te schaffen.

En nu we toch een totaalportret van de drie films samen aan het maken zijn: door de consequent goede vertolkingen heeft de trilogie de marktwaarde van alle erin meespelende acteurs en actrices gevoelig doen stijgen; als je bedenkt dat de voornaamste hoofdrolspelers zoals Elijah Wood, Ian McKellen en Viggo Mortensen twee volle jaren van hun leven aan het project gegeven hebben, is het verbazend dat niemand van hen individueel onderscheiden werd. Anderzijds is het moeilijk om in een dergelijk kaleidoscopisch verhaal één bepaalde rol te onderscheiden zonder naijver te wekken bij de rest van de cast, alhoewel het ons toch van het hart moet dat volgens onze bescheiden mening de grootste verdienste is weggelegd voor Ian McKellens vertolking van Gandalf. Op langere termijn zal het echter vooral de jongere cast zijn, met onder meer hobbits Sean Astin, Dominic Monaghan en Billy Boyd, die de vruchten van hun werk zullen kunnen plukken, omdat
The Lord Of The Rings vele deuren zal blijven openen. Erop terugkijkend is het maar niet meer dan passend dat een boek, dat door velen als het beste fictiewerk van de afgelopen eeuw wordt beschouwd, wordt gehonoreerd met een filmtrilogie die ongetwijfeld ook als één van de grootste meesterwerken van zijn tijd zal worden beschouwd. Een dergelijke mengeling van epiek, lyriek en dramatiek komt men maar gemiddeld éénmaal per mensenleven tegen, dus profiteer ervan.
Wat de leeftijdskwotering betreft, zijn ze bij A-Film kennelijk zelf de draad kwijt. De discs zelf bevatten een 16-icoon, op de hoes staat onderaan een 12-icoon. Gezien het aantal onthoofdingen zullen we het maar op 16 houden.
Pagina:
1 -
2