:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> BIG RED ONE S.E., THE
BIG RED ONE S.E., THE
Bespreking door: Dieter - Geplaatst op: 2005-05-19
FILM
De beste verhalen in Hollywood zijn dikwijls degene die je nooit te zien krijgt. Studio RKO was in 1942 bijvoorbeeld zo verward door Orson Welles’ The Magnificent Ambersons, dat de maatpakken aan het hoofd hem uit de montagekamer sloten en Robert Wise een kortere, publieksvriendelijkere versie lieten aan elkaar plakken. De originele cut van Welles heeft tot op heden nooit het daglicht gezien en zal dat ook nooit doen. Drie decennia later werd Billy Wilder door United Artists gedwongen zijn drie uur durende Private Life of Sherlock Holmes met zestig minuten in te korten. De geknipte segmenten zijn nu onvindbaar. En in 1985 monteerde Universal snel-snel een feelgood versie van Terry Gilliams duistere toekomstparabel Brazil. De excentrieke filmer bezorgde echter zijn persoonlijke cut aan de L.A. filmcritici die de prent prompt tot beste film van het jaar uitriepen en zo Universal voor een voldongen feit stelden. Maar ook Gilliams film had de weg van Welles of Wilder kunnen opgaan. Of die van The Big Red One.

Samuel Fullers oorlogsprent was bij de originele release in 1980 immers ook onherkenbaar verknipt door studio Lorimar. Het verhaal van een compagnie soldaten van de eerste Amerikaanse infanterie divisie in de Tweede Wereldoorlog was natuurlijk nooit bedoeld als een pure commerciële film. Het was al decennia een troetelkind van de regisseur, die zelf aan het Europese front in de jaren veertig had meegestreden. Een episodisch verslag van schijnbaar arbitraire, ongerelateerde gebeurtenissen in door oorlog verteerd Europa. Van de Noord-Afrikaanse campagne in 1942, via de landingen in Sicilië en Normandië, tot V.E.-Day in Tsjechoslowakije. Met als enige constante een geharde Sergeant en de vier enige soldaten onder zijn commando die ongehavend uit drie jaar brutale oorlog kwamen. Geen verhalen over moed of zelfopoffering of angst. Wel anekdotische plots over de bizarre wereld van een soldaat in de Tweede Wereldoorlog. Over hoe je de trauma’s in en rondom je kan overleven. Na een grondige restauratie, met als basis het shooting script van Fuller, kan een kwarteeuw na de Lorimar-cut nu eindelijk de prent die de cineast feitelijk voor ogen had op dvd aanschouwd worden. Als iemand die de 1980-versie nooit heeft gezien, kan ik onmogelijk een vergelijking maken tussen de twee interpretaties. Wat volgt, is dus louter een bespreking van de nieuwe cut.

Beginnend met een beklijvende zwart-wit flashback naar de Eerste Wereldoorlog en eindigend met een herinnering aan hoe iedere oorlog dezelfde is, en toch anders, slaagt The Big Red One erin de kijker van de eerste tot de laatste seconde mee te sleuren in een fascinerend verhaal. Oorlogsfilms kiezen doorgaans één bepaalde slag, één kantelmoment uit om hun plot aan op te hangen. D-Day in The Longest Day. De laatste dagen van Hitler in Der Untergang. Maar Sam Fuller volgt deze route niet. Hij overspant in zijn prent een periode van drie volle jaren, waarin hij weliswaar zowat elke cruciale slag aan het Westelijke Front aan bod laat komen, maar de oorlog zelf nooit als plotpunt uitspeelt. Zijn focus ligt ondubbelzinnig op de vijf centrale karakters: de Sergeant en zijn ‘Four Horsemen’. De band tussen hen is het centrale thema van de film. Een band die nooit in melodramatisch dialogen wordt getoond, maar door een subtiele visuele vertelstijl, die tegelijk ondubbelzinnig en mysterieus is.

Visualiteit is altijd al een van de belangrijkste talenten van Fuller geweest en in The Big Red One zitten enkele van de mooiste beelden die hij ooit schoot. Het grote Christusbeeld bijvoorbeeld, dat de Wereldoorlog I proloog domineert en ook later in de film nog terugkeert. Of de charge van de cavalerie in een vervallen amfitheater. En een Duitse soldaat, schuilend in de asovens van een concentratiekamp. Het voornaamste verschil met eerdere, dikwijls low-budget, films van de cineast, is de aanwezigheid van een hoogst persoonlijke betrokkenheid van de regisseur. Frank is hij altijd al geweest in zijn portretten van geweld, waanzin en corruptie, maar voor het eerst injecteert hij een stevige dosis eigen emotie en verdrongen frustraties in een film. Hierdoor veegt hij de kille, brutale methodiek die de rest van zijn oeuvre kenmerkt gedeeltelijk van tafel, zonder zijn roots evenwel te verloochenen. Ironisch genoeg, gezien de hermontage die Lorimar beval, maakt dat The Big Red One tot zijn meest toegankelijke film voor een groot publiek.

Zelfs de episodische structuur vormt geen barrière voor de modale kijker in dit geval. En dat is opmerkelijk. Want bij bijvoorbeeld Terrence Malicks The Thin Red Line, een film die heel wat structurele en thematische gelijkenissen bevat met The Big Red One, is dat wel het geval. Waar ligt het verschil? Moeilijk te zeggen, maar wellicht heeft de basisaanpak er iets mee te maken. Malick legde de nadruk op het lyrische, het poëtische, terwijl Fuller vooral rauwe eerlijkheid hoog in het vaandel lijkt te dragen. Hij houdt zich niet bezig met onnodige franjes, vertelt gewoon sec het verhaal dat hij wil vertellen. Hij heeft niet de pretentie grote kunst te produceren, waardoor de anekdotes nooit zwaarmoedig of belerend overkomen en zelfs de repetitieve structuren van de diverse scènes niet overdreven storend werken. Bovendien lost hij ingenieus het probleem op waarmee alle episodische prenten te maken krijgen: een relevant, coherent einde dat de kijker het gevoel geeft toch één geheel te hebben bekeken i.p.v. talloze aparte episodes. Fuller slaagt hierin door de holocaust pas een kwartier voor het einde in beeld te brengen. Net zoals voor de soldaten toen, komen de concentratiekampen ook voor de kijker als een shock. Na ruim 130 minuten pure oorlogsfilm verwacht je dit niet meer. En daardoor is de emotionele impact des te groter.

Die emotie is uiteraard ook niet mogelijk zonder een goede cast. En ook op dat vlak stelt The Big Red One niet teleur. Lee Marvin speelt het mysterieuze, harde personage dat hij altijd speelt en hij doet dat met zulk een overtuiging dat je niet anders kan dan meestappen in zijn vertolking. Marvin bezit bovendien de gave om een hele historie achter een schijnbaar klaar en duidelijk personage uit te drukken met enkel een subtiele blik van de ogen. De vier ‘horsemen’ van de Sergeant worden allen vertolkt door jonge, onbekende acteurs, op één uitzondering na. Mark Hamill, wiens ster inmiddels de stratosfeer in was gekatapulteerd dankzij Star Wars, toont dat hij best wat in zijn mars heeft als acteur. Vooral in zijn laatste soloscène, in een concentratiekamp, overtuigt hij door een emotie gestalte te geven die in de handen van een mindere acteur een groot risico qua geloofwaardigheid had gelopen. De drie andere vaste leden van het peloton zijn echter minstens van een even hoog acteerniveau. Het feit dat geen van hen, toen of nu, bekende namen zijn, komt het realisme van hun grappige, ontroerende, vastberaden vertolkingen enkel ten goede.

‘De ware glorie van oorlog,’ zei Sam Fuller ooit, ‘ligt in het overleven’. Het is een citaat dat ergens ook toe te passen valt op The Big Red One. Ondanks de gemutileerde studiocut die in 1980 de bioscoopschermen teisterde, bleef de herinnering aan zijn meest persoonlijke film levendig genoeg om een grondige restauratie te wettigen. Een restauratie die de film die Sam Fuller wou maken in ere zou herstellen. En zoals de cineast de Tweede Wereldoorlog overleefde, krijgt nu ook de gerecontrueerde Big Red One een nieuwe kans. Het resultaat is een rauwe, krachtige film die ongetwijfeld de harten van vele generaties cinefielen zal veroveren. Het is niet dé ultieme oorlogsfilm, maar wel een bijzonder goede. Eentje die zal overleven.

BEELD EN GELUID
De personen die aan de reconstructie en restauratie van The Big Red One meewerkten, laten door middel van een prima beeld- en geluidskwaliteit blijken onvoorwaardelijke fans van de prent te zijn. Hoewel er sporadisch shots opduiken die een grote dosis filmgrain bevatten, kan je niet anders dan onder de indruk zijn van het vertoonde beeld. Als je bedenkt dat bepaalde sequenties ingevoegd werden die tweede of derde printgeneratie zijn, mag het een mirakel heten dat de integratie zo vlekkeloos gebeurde. Zwartniveaus zijn door de beugel meer dan voortreffelijk, contrast vormt slechts sporadisch een probleem, kleuren geven perfect de grauwe realiteit weer die Fuller voor ogen had en printbeschadigingen werden nagenoeg volledig weggewerkt. In een ideale wereld kregen alle oudere films zo’n knappe dvd-presentatie. Ook in het opwaarderen van het geluid is heel wat tijd en energie gestoken. De Dolby Digital 5.1-track geeft heldere dialogen weer, creëert een geloofwaardig multi-speaker slagveld en utiliseert op respectabele wijze de subwoofer. Het gevaar zat erin dat de geluidstechnici anachronismen in de hand zouden werken door de hedendaagse soundtechnologie ten volle toe te passen op The Big Red One. Ze verkozen echter steeds de beperkingen van 1980 voor ogen te houden, wat de authenticiteit enkel maar te goede komt.

EXTRA’S
Het oog voor detail waarmee de restauratie van The Big Red One werd ondernomen, geldt bij uitbreiding ook voor het bonusmateriaal. Verspreid over twee discs krijg je alle informatie aangeboden die je over de film of Samuel Fuller moest weten. Enige smet op de collectie extra’s is het ontbreken van de originele cut van de prent, ongetwijfeld wegens rechtenkwesties.

Disc 1
Slechts één extra op de eerste schijf, maar dan wel een belangrijke, nl. een Audiocommentaar door filmcriticus Richard Schickel, die een van de drijvende krachten achter de restauratie was. De man praat enthousiast over de film en is vooral adept in het benoemen van de verschillen tussen de oude versie en de nieuwe. Helaas vervalt ook hij in het nu reeds legendarische zeggen-wat-op-het-scherm-te-zien-is patroon, en valt zijn motor bovendien wat stil naarmate de prent vordert. Toch liften de interessante weetjes die hij aanhaalt de track boven de middelmaat uit.

Disc 2
De échte schat aan bonussen treffen we pas aan op de tweede schijf. Om te beginnen zijn er twee documentaires van bijna een uur. De eerste, The Real Glory: Reconstructing The Big Red One (47 min.), halt met cast en crew herinneringen op aan de draaiperiode en aan de samenwerking met Sam Fuller. De tweede helft van deze docu focust dan weer voornamelijk op de reconstructie. The Man Who Made The Movies: Samuel Fuller (55 min.) biedt vervolgens een overzicht van de rijke carrière van de cineast. Hoogtepunt zijn ongetwijfeld de vele fragmenten waarin Fuller zelf, niet lang voor zijn dood, commentaar geeft op zijn oeuvre. Hij komt over als een frank en eerlijk man, die geen blad voor de mond neemt en zorgt voor een fascinerend interview.

Anatomy of a Scene (19 min.) is een enigszins misleidende titel voor een bundeling van twee outtakes, waarin we horen hoe Sam Fuller zijn cast regisseerde, en twee vergelijkingen tussen de oude, ongekuiste opnames en de reconstructie. De beelden zijn van commentaar voorzien van de restaurateurs. Ook bij Alternate Scenes (31 min.) horen we hun opinie. Maar frustrerend genoeg niet op een aparte geluidsband, zodat de dialogen uit de 18 geknipte/alternatieve sequenties dikwijls onverstaanbaar zijn. Ook een Promo Reel (30 min.) uit eind jaren zeventig, met voice-over van Lee Marvin, werd aan de bonussen toegevoegd. Dit is niet meer dan een opeenvolging van sequenties uit de film, maar het promotiefilmpje bevatte nogal wat scènes die in de Lorimar-versie verdwenen waren, en was bijgevolg cruciaal voor de reconstructie van de film zoals die nu op dvd staat.

The Fighting First (12 min.), een oud filmpje van het Amerikaanse ministerie van Defensie, toont beelden van de échte ‘Big Red One’, de eerste infanterie divisie. Hun heldendaden in het bevrijden van Europa worden breed uitgesmeerd over een dikke tien minuten. The Fighting First bevestigt bovendien onomwonden hoe historisch accuraat Sam Fuller wel te werk ging bij The Big Red One. In een Fotogalerij zijn vervolgens 18 setfoto’s bijeengebracht. En om af te ronden herbergt disc 2 een verdomd goed gemonteerde Trailer (2 min.) voor de reconstructie-versie, die helaas bijna de bocht uit gaat omwille van een aal te enthousiaste voice-over.

CONCLUSIE
Of The Big Red One daadwerkelijk hét verloren meesterwerk van Sam Fuller is, blijft na het bekijken van deze film vatbaar voor discussie. Buiten kijf staat echter dat de prent een beklijvend en verrassend eerlijk portret is van Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een film die je niet snel vergeet dankzij mooie beeldcomposities, treffende montages en puike acteerprestaties. Beeld en geluid zijn van sublieme kwaliteit bovendien, dankzij een liefhebbende restauratie. En tussen de inzichtrijke, overvloedige extra’s ontbreekt enkel de originele cut van de film. Voor liefhebbers van oorlogsfilms, die willen weten waar Steven Spielberg en Terence Malick een deel van de mosterd haalden voor hun W.O.II epen, is The Big Red One bijgevolg een essentiële aankoop.


cover




Studio: Warner

Regie: Samuel Fuller
Met: Lee Marvin, Mark Hamill, Robert Carradine, Bobby Di Cicco, Kelly Ward

Film:
8/10

Extra's:
9,5/10

Geluid:
8,5/10

Beeld:
9/10


Regio:
2

Genre:
Oorlog

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
1980

Leeftijd:
12

Speelduur:
156 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital 5.1,
Frans Dolby Digital 5.1

Ondertitels:
o.a. Nederlands
Extra's:
Disc 1
• Audiocommentaar

Disc 2
• Documentaire over Samuel Fuller,
• Documentaire: Making of & Restauratie,
• Anatomie van een scène,
• Geknipte scenes,
• Promotiefilmpje Amerikaans leger,
• Promoreel,
• Fotogalerij,
• Trailer

Andere recente releases van deze maatschappij