:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> ORCHESTRAL MUSIC IN THE 20TH CENTURY - DANCING ON A VOLCANO
ORCHESTRAL MUSIC IN THE 20TH CENTURY - DANCING ON A VOLCANO
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2005-06-26
DOCUMENTAIRE
Wat perspectief is voor de schilderkunst en sociale orde voor de maatschappij, dat is tonaliteit voor de muziek. In de tweede helft van de 19de eeuw staan ze alle drie zwaar onder druk in West-Europa en tegen het begin van de 20ste eeuw hebben ze aan belang verloren (pespectief), zijn ze verstoord (sociale orde) of opgeofferd op het altaar van de voortgang van de kunst (tonaliteit). Eén van de centra waar de evolutie zich op alle terrein en tegelijk voordoet is Wenen. De Oostenrijk-Hongaarse hoofdstad, een smeltkroes tussen oost en west, conservatief en reactionair, maakt een unieke periode door: de politieke en maatschappelijke weerstand van de politieke kaste en van de bevolking brengt bij kunstenaars en geleerden een golf van creatief denken en doen teweeg die zijn gelijke niet heeft in de rest van het continent: Sigmund Freud (1856-1932) denkt na over de menselijke ontwikkeling en seksualiteit, Gustav Klimt (1862-1918) is medestichter van de kunstenaarsgroep Sezession en later Kunstschau waarmee hij zich afzet tegen de traditionele kunstuitingen van zijn tijd, de burgerlijke decoratieve kunst in het bijzonder en de oppervlakkigheid en het moreel verval van de maatschappij in het algemeen.

In 1857 gaat Tristan en Isolde van Richard Wagner in première, een klassieke partituur die algemeen wordt beschouwd als de aankondiging van een nieuwe tijd. Zijn Opera is nog melodieus, romantische, traag en bombastisch, vol ouderwetse emotie die terugwijst naar de muziek van de voorbije 200 jaar, maar de tonaliteit is verschoven, niet voortdurend en niet heel drastisch, met net genoeg nadruk om op te vallen. Wagner breekt heel voorzichtig met de traditie door de bekende en vertrouwde volgorde van de akkoorden te vervangen door een nieuwe selectie die afwijkt van de ingeburgerde manier van componeren. Het werk wordt met veel argwaan tegemoet getreden; vandaag is het onvoorstelbaar hoe groot de breuk wel was die het veroorzaakte. Plots was muziek niet meer een medium om schoonheid mee uit te drukken en de grootsheid van god, nee, muziek kreeg er een functie bij: de innerlijke gevoelswereld weerspiegelen, de aard der dingen zoals het individu (de componist) die aanvoelt, expressionisme met andere woorden in contrast tot pure uitbeelding (realisme), ophemeling (romantisme) en indrukverwerking (impressionisme).

Arnold Schönberg (1874-1951), volgeling van Wagner, is degene die de erfenis van zijn grote voorbeeld voortzet. Zijn eerste werken vertonen invloeden van Brahms, Wagner en Wolf. Ze zijn romantisch in de gangbare stijl van de tijd, maar Schönberg is rusteloos, kijkt naar het werk van Richard Strauss – die de bekende paden definitief achter zich laat (althans voor een zekere periode) – en laat zijn composities vanuit diens werk verder evolueren naar complete atonaliteit. Schönberg componeert op basis van visuele indrukken. Onder invloed van Strauss vallen zijn composities uiteen in tonen, bombastisch en jagend met veel koperbezetting en rustig op de golven van aangestreken en getokkelde violen. De toon en de sfeer zijn die van de werken van Egon Schiele, met onderbewuste connotaties, bijwijlen nachtmerrie-achtig, ze stralen angst en twijfel uit en nostalgie in de fragmenten die naar de muziek uit de voorbije eeuwen verwijst. Finaal is hij de bedenker van de 12-tonenladder, een methode waarbij de gewone 8-tonenladder (do – re – mi – fa – sol – la – si – do) vervangen wordt door de twaalf tonen van het westerse getempereerde toonsysteem, waarbij elke toon een chromatische halve verschilt van de toon erboven en eronder. In C (do groot) geeft dat: c – cis – d – dis – e – f – fis – g – gis – a – ais – b, waarbij is het kruis of de halve toonverhoging is in de stijgende toonladder. Bij de dalende toonladder spreekt men van mol. Dat betekent zoveel als dat alle opeenvolgende halve tonen evenwaardig worden behandeld. Er is dus sprake van een democratisering of non-discriminatie van dié tonen die in onze normale toonladdersysteem op de tweede plaats staan.

Richard Strauss (1864-1950) is één van de grootste componisten van de 19de eeuw; doordrongen van de laat-romantiek en in de geest van Brahms opgevoed, leert hij rond 1885 het werk van Richard Wagner kennen. In zijn symfonische gedichten herkent men de invloed van de meester, maar Strauss leidt diens orkeststijl tot een hoogtepunt. Typisch zijn het programmatorisch karakter en de grote aandacht voor illustratieve details. Van een romantisch componist in het begin van zijn carrière evolueert Richard Strauss naar een compleet atonale stijl met een zeer levendige chromatiek en expressionistisch karakter. Het volle geluid van het orkest valt uiteen in korte beschrijvende segmenten, soms stil, soms heftig met hevige gevoelens, radicaal, instinctief en repetitief. Ook het woord is belangrijk bij Richard Strauss en voor zijn vele opera's (o.a. Der Rosenkavalier uit 1910) keert hij terug naar een gematigdere en voor het publiek makkelijker verteerbare stijl.

Orchestral Music in the 20th Century - Dancing on the Volcano wordt verteld door Sir Simon Rattle, zo mogelijk één van de belangwekkendste dirigenten van het moment. Aan de hand van oude filmfootage, foto’s, zelfgespeelde voorbeelden op een vleugelpiano en de uitvoeringen van het City of Birmingham Symphony Orchestra schetst hij de opkomst en de doorbraak van de nieuwe geest in Wenen, een stad die sinds halfweg de jaren’80 van de 19e eeuw op een artistieke en creatieve vulkaan rust. Vertrekkend van de experimenten en voorzichtige toepassingen van Richard Wagner in Tristan en Isolde, leidt Rattle de kijker/luisteraar binnen in het niet zo makkelijk toegankelijke territorium van de Oostenrijkse muziekscène anno 1900 en bewijst dat de nieuwe ontwikkelingen zich zowel op muzikaal als op litterair en wetenschappelijk terrein manifesteren. Zijn verhaal is helder en duidelijk en het gemak waarmee hij akkoorden en reeksen akkoorden aanslaat en tegelijk becommentarieerd, leert ons veel over de gedrevenheid en de betrokkenheid van deze grote musicus die inmiddels alle grote en belangrijke klassieke orkesten gedirigeerd heeft.

Inhoud van de klassieke fragmenten op de dvd:
• Richard Wagner: Ouverture 'Tristan and Isolde'
• Arnold Schoenberg: Verklärte Nacht & 5 Orchestral Pieces op.16
• Gustav Mahler: Symphony No. 7 in E minor
• Richard Strauss: Elektra
• Anton Webern: 5 Pieces for Orchestra op.10
• Alban Berg: Violin Concerto

De City of Birmingham Symphony Orchestra voert de klassieke werken uit met een professionalisme dat niet moet onderdoen voor grote namen uit de branche: het spel is correct en verzorgd met een warme zijïge klank in de lage tonen waar de compositie dat toelaat. In het Viool Concerto van Alban Berg schittert Gidon Kremer met een indringende en ingehouden uitvoering die de pracht van de partituur volledig tot haar recht laat komen.

Orchestral Music In The 20th Century - Dancing On A Volcano is het eerste deel van een dvd-reeks van 7 titels die in de loop van de zomer en herfst 2005 verschijnen bij Total Film in Amsterdam. De gastheer is telkens Sir Simon Rattle:

Volume 2: Rhythm – Sacre du Printemps (Strravinsky, Ligeti, Reich Messiaen)
Volume 3: Colour – Prélude à l’Après-midi d’un Faune (Debussy, Boulez, Takemitsu)
Volume 4: Three Journeys through Dark Landscapes (Bartok,Shostakovich, Lutoslawski)
Volume 5: The American Way (Gershwin, Cage, Copland, Weill, Bernstein)
Volume 6: After the Wake (Strauss, Schoenberg, Britten, Stockhausen)
Volume 7: Threads (Berio, Kurtag, Birtwhisle, Turnage, Knussen, Gubaidulina)

BEELD EN GELUID
Deze dvd bevat filmmateriaal van diverse oorsprong: het oudste beeld is 100 jaar oud en dus aangetast door de tijd. De opnamen van Sir Simon Rattle en City of Birmingham Symphony orchestra zijn perfect. De uitgevoerde werken worden geïllustreerd met bijpassende sfeerbeelden: opnamen van bossen, wouden, bomen, struikgewas, watervallen en waterpartijen, wolkenpartijen, etc., allemaal zorgvuldig gekozen en in beeld gebracht en voor een keer niet naast de kwestie, maar helemaal verantwoord, vooral in de symfonische gedichten en de verhalende composities.

EXTRA'S
Deze dvd bevat de Biografieën van Sir Simon Rattle, Richard Wagner, Arnold Schoenberg, Gustav Mahler, Anton Webern en Alban Berg plus ruim 50 minuten extra Audiomateriaal met de complete uitvoering door de City of Birmingham Symphony Orchestra van Verklärte Nacht, op.4 van Anton Schoenberg en het Vioolconcerto van Alban Berg.

CONCLUSIE
Orchestral Music In The 20th Century - Dancing On A Volcano is de eerste dvd van een zevendelige reeks over de muziek van de 20ste eeuw. Sir Simon Rattle vertelt telkenmale in een documentaire van om en bij de 50 minuten over de evolutie van de muziek, de plaats van de componisten in de ontwikkeling, speelt fragmenten voor op de piano en introduceert de klassieke werken via interpretaties van grote wereldorkesten. De zevendelige reeks omvat grote namen uit het repertoire en is veelbelovend. Als introductie tot deze muziek voor beginnelingen en niet-gespecialiseerde liefhebbers, maar ook voor kenners die moeilijk de hand kunnen leggen op beeldmateriaal over dit soort composities en deze kwaliteit, is Orchestral Music In The 20th Century straks een dijk van een referentiewerk.


cover




Studio: Total Film

Regie: Peter West
Met: Sir Simon Rattle, City of Birmingham Symphony Orchestra, Felicity Palmer, Gidon Kremer

Film:
8/10

Extra's:
6/10

Geluid:
8,5/10

Beeld:
8/10


Regio:
0

Genre:
Documentaire

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
1996

Leeftijd:
All

Speelduur:
50+60 audi min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels/Duits PCM Stereo

Ondertitels:
Frans, Engels
Extra's:
• Biografieën van de componisten
• 60 minuten extra muziek

Andere recente releases van deze maatschappij