:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> CRIMSON GOLD
CRIMSON GOLD
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2005-09-27
FILM
Crimson Gold speelt zich af in Iran, in de hoofdstad Teheran, op het moment dat de winkels en de banken opengaan. De camera staat in een deuropening, achter een glazen deur die beschermd wordt door een metalen hek. Iemand komt naar de deur, opent het hek en zet het alarm af (wellicht de directeur) en komt binnen, op de voet gevolgd door een plots opduikende donkere, zwaarlijvige figuur die hem een revolver in de rug drukt en hem probeert te dwingen om juwelen af te geven. Wat volgt is een handgemeen, gedeeltelijk naast de camera, een alarm dat afgaat, een schot, een inbreker die de mensen voor de deur van het pand wegjaagt en even later een kogel die door een slaap gaat: een dode en een zelfmoordenaar.

Vervolgens neemt regisseur Jafar Panahi ons mee terug in de tijd, want wat we gezien hebben is eigenlijk het slot van de film. Hij neemt ons mee naar een café ergens in Teheran en stelt ons Hussein (Hossain Emadeddin) en zijn vriend Ali (Kamyar Sheisi) voor, twee jonge kerels die als ze vrij zijn urenlang op Hussains brommer door de stad rijden en de vrouwelijke wandelaars hun tasjes afpakken als kleine bijverdienste. Hussain is verloofd met Ali's jongere zusje, maar veel geld voor een bruiloft is er niet. Ali doet helemaal niks en Hussain bezorgt 's avonds met zijn brommer pizza's in de rijke woonwijken van Teheran. Op een dag vinden ze in een tasje een reçu van een juwelenzaak: iemand heeft een gigantisch duur halsketting gekocht en zij hebben het briefje in handen om dat op te halen. Er is weer hoop voor Hussain en Ali, maar tot de exclusieve zaak worden ze niet toegelaten in hun pandjeskleren. Later zullen ze opnieuw proberen om in de zaak binnen te raken, dan met Ali's zusje erbij en zogenaamd om een sieraad te kopen voor de jonge bruid, maar de prijzen liggen zodanig hoog dat de directeur van de zaak hun aanraadt om op de hoek van de straat iets in goud te kopen dat betaalbaar is en dat altijd makkelijk verhandelbaar is in geval van nood. Deze tweede confrontatie met wat blijkbaar alleen voorbehouden is voor de rich and famous bezorgt Hussain een mentale kater, hij voelt zich vernederd, behandeld als uitschot, uitschraapsel.

Tijdens zijn nachtelijke pizzaronden door de stad wordt Hussain nog met wat anders geconfronteerd: de acties van de politie tegen feestvierders die de wetten op de scheiding tussen mannen en vrouwen en de strenge regels van de Koran an sich overtreden in hun sjieke appartementen. Ze gebruiken er alcohol, de vrouwen zijn er ongesluierd en de muziek is er luid en hard. De politie sluit de omliggende straten af en neemt de feestneuzen voor ondervraging mee wanneer ze het gebouw verlaten. Elke nacht is Hussain getuige van dit soort taferelen. Het laat hem koud en ongevoelig, want de rijke stinkers verdienen niet beter: ze hebben het hoog in de bol, menen dat voor hun andere wetten gelden en zijn onvriendelijk wanneer hij bij ze aanbelt met hun bestelde pizza's. Hussain is boos, want de islamitische republiek heeft niet noodzakelijk gelijkheid voor alle burgers in het leven geroepen. Er is een grote groep mensen die nauwelijks overleeft terwijl een klein en select gezelschap zich in westerse luxe wentelt in onnoemelijk luxueuze flats met alle comfort van verchroomde badkamers tot verwarmde zwembaden. Hussain voelt zich verongelijkt, misdeeld en verliest zijn zelfbeheersing.

Regisseur Jafar Panahi tekent ons in dit sociale drama van scenario-schrijver Abbas Kiarostami het harde bestaan van twee jonge kerels, een portret dat op een groot deel van de Teheraanse en bij uitbreiding de Iraanse bevolking van toepassing is: grote werkloosheid, weinig mogelijkheden tot sociale emancipatie, strenge religieuze wetten die het openbare en privéleven domineren, een rigoureuze politiecontrole, niet alleen op het naleven van de rechtsregels, maar evenzeer op de lange rij sociale en maatschappelijke beperkingen in naam van Allah. Wat de werkelijke oorzaak van Hussains frustratie is, komen we niet te weten, daarvoor houdt Panahi de figuren teveel op afstand. We moeten er gedeeltelijk naar raden, maar er zijn er meerdere: Hussain is een overlevende van de Iraaks-Iraanse oorlog, een vuile oorlog waarbij de Amerikanen massaal oorlogsmateriaal aan Irak leverden om de Ayatolla's op de knieën te krijgen. Na een lange strijd en honderdduizenden doden verjoeg Iran de vijand en keerden jonge mannen als Hussain terug naar huis, gebroken, het hoofd vol spookbeelden van het slagveld. De veteranen zijn thuis niet met open armen ontvangen, het land heeft teveel geleden, Iran moest zijn laatste middelen in de oorlog stoppen en is failliet. Voor de terugkerende soldaten is er geen werk. Bovendien zijn velen ziek, ook Hussain, en daarvoor krijgt hij pillen, wordt hij dik, met een opgeblazen kop. Sociaal stellen hij en zijn soortgenoten niks voor. Het is een bonte verzameling outcasts, gedoemd tot zakenrollen en kleine diefstallen, elke dag opnieuw in een quasi uitzichtloze situatie, terwijl er duidelijke sporen zijn van een elite die teert en vegeteert op de tekorten van de massa, die zich weinig aantrekt van de regels en gewoon zijn gangetje gaat, ondanks de razzia's van de zedenpolitie en zijn conservatieve achterban.

Abbas Kiarostami heeft het krantenberichtje over een voormalige soldaat die zich zelfmoordt bij een overval op een juwelierszaak waarbij hij na het afgaan van het alarm opgesloten raakt in het pand, als uitgangspunt gebruikt voor een vertelling die het publiek meer duidelijkheid geeft over de omstandigheden van dergelijke tragische incidenten. Het zal niemand verwonderen dat de film in Iran zelf nooit is vertoond en dat zelfs particuliere voorstellingen voor een klein publiek door de autoriteiten onmogelijk zijn gemaakt. Crimson Gold is geen film die reclame maakt voor de gang van zaken in Iran, maar die kritiek levert over de aanpak van de geestelijkheid en haar handlangers.

Panahi levert geen rechtstreekse kritiek, hij laat het de samenhang van de beelden suggereren. Nergens zijn er gesprekken of uitspraken die de gang van zaken aanklagen, nergens zie je ongesluierde vrouwen als dat niet in werkelijkheid zo is. Hij filmt bijvoorbeeld niet op de feestjes, want we kunnen er vanuit gaan dat de meisjes daar onbedekt en schaars gekleed zijn. Panahi wil niet nodeloos shockeren. Desondanks is zijn boodschap duidelijk en wordt de lusteloosheid, de opgekropte woede van Hussain ook zonder uitgebreide descriptie duidelijk. Jammer dat hij ons niet meer in het hoofd van de zwaarlijvige laat kijken, maar alleen het topje van de ijsberg toont. Zijn subtiele en voorzichtige aanpak heeft evenwel gevolgen voor de vertaling van het gedachtegoed naar film: er gebeurt niet zoveel in Crimson Gold, de productie is samengesteld met lange, lege scènes, goed voor de sfeerschepping, maar weinig onderhoudend voor wie het verhaal wil voortgang zien maken. Hussains brommer, zijn enige vrijheid, is heel vaak in beeld en hij laat ons Teheran zien zoals maar weinig westerlingen dat ooit is gelukt. Maar tegelijk is daarmee het zwakke punt van de film aangegeven: heel weinig dramatische actie en de suggestie maakt niet altijd een even diepe indruk. Een mate van verveling is dan ook onvermijdelijk voor wie zich niet meteen vastzuigt aan de thematiek die wordt uitgediept. De figuur van Ali, de eerder spraakzame (jonger en na de oorlog geboren), en zijn zusje (die met Hussain gaat trouwen), hadden met een groter aandeel in het scenario vast bijgedragen tot een ruimere toegankelijkheid van de film.

BEELD EN GELUID
Regisseur Jafar Panahi wikkelt zijn film in veel blauw en grijs. Zijn Teheran is niet zonovergoten, maar veel meer een mistige, grauwe metropool met schaarse auto's en opvallend veel fietsers. Het blauw valt op, in de kleren, de muren, de nachtelijke scènes, en alleen zwart zorgt voor een echt contrast, zwart van de vrouwenkleren, zwart van de harde schaduwen. De vlakke tinten zijn een metafoor voor de bitterheid en de onpersoonlijkheid van een maatschappij ondergedompeld in een sfeer van
troosteloosheid en lethargie. De camera beweegt bij momenten heel vrij van op de schouder en andere keren netjes en professioneel (de bewegingen met de brommer). De transfer is keurig uitgevoerd, het geheel zonder beschadigingen of witte vlekken. Het geluid is eenvoudig, met veel Arabische muziek, subtiel en niet opdringerig, en stemmen die helder en duidelijk klinken als ze niet overstemd worden door de geluiden van de brommer.

EXTRA'S
De dvd bevat de Originele Bioscooptrailer, een aantal Andere trailers en een interview (ruim 20 min.) met de regisseur waarin hij zijn film situeert binnen het kader van zijn vorige producties en binnen dat van de maatschappelijke en sociale ontwikkelingen in Teheran. Hij praat over de moeilijkheden die niet alleen vrouwen en kinderen hebben in de huidige context, maar geeft aan dat ook mannen getroffen worden door het systeem. Hij schenkt aandacht aan de problemen die hij met de censuur had over deze film en de positie van de oorlogsveteranen in de Iraanse samenleving.

CONCLUSIE
Crimson Gold is een film met een sociale probleemstelling. De toon en de sfeer zijn treurig en soms grimmig. De toegankelijkheidsdrempel ligt hoog in een film zonder veel spanning, actie of verhaal. Dit is eerder materiaal voor liefhebbers van films als Son Frère van Patrice Chéreau of Uzak van Nuri Bilge Ceylan, maar die krijgen dan ook waar voor hun geld.


cover




Studio: Total Film

Regie: Jafar Panahi
Met: Hossain Emadeddin, Kamyar Sheisi, Azita Rayeji, Pourang Nakhaei, Shahram Vaziri

Film:
6,5/10

Extra's:
6/10

Geluid:
6,5/10

Beeld:
7,5/10


Regio:
2

Genre:
Drama

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
2003

Leeftijd:
6

Speelduur:
93 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Farsi Dolby Digital 5.1

Ondertitels:
Nederlands
Extra's:
• Originele Bioscooptrailer
• Andere Trailers
• Interview met de regisseur

Andere recente releases van deze maatschappij