:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> JURASSIC PARK - THE ULTIMATE COLLECTION
JURASSIC PARK - THE ULTIMATE COLLECTION
Bespreking door: Werner - Geplaatst op: 2005-09-25


Algemeen
Jurassic Park, The Lost World en ja, zelfs Jurassic Park III - alhoewel de spinosaurus er een beetje over is - zijn puur cinema-plezier. Sommige scenes zijn puur camp (het opvreten van het hondje in de voortuin van de stad), andere vondsten, zoals het hele art-work van pictogrammen voor de verschillende sauriërs, is ronduit briljant. Het wetenschappelijke sausje waarmee auteur Michael Crichton altijd inpikt op populaire wetenschappelijke trends, is bovendien het handelsmerk van de man geworden, en DNA-onderzoek, zelfs naar dinosaurussen, was half jaren '90 een "hot topic". Crichton verstaat het als geen ander om de losse eindjes van de bestaande wetenschappelijke theorieën te voorzien van een min of meer wetenschappelijk lijkend verlengstuk, om zo tot een geloofwaardig geheel te komen. Een ander voorbeeld was hoe hij in Timeline de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van quantumfysica in zijn verhaal heeft verweven. Dit alles mondt in het geval van de Jurassic Park-franchise uit in de voortreffelijke trilogie van techno-thrillers zoals we ze nu kennen.

De eerste twee films zijn gebaseerd op de gelijknamige boeken van Crichton, maar wie zoals ik de beide boeken heeft gelezen, weet dat voor de films de originele verhalen danig omgeploegd zijn. Ik heb altijd de boeken en de films als complementair ervaren, heb aan alletwee veel plezier beleefd, en de discrepanties ertussen maar voor lief genomen. Bij Jurassic Park wordt de eerste helft van het boek nogal secuur weergegeven, laten we zeggen tot aan de beruchte scène waarbij de onfortuinlijke pretpark-controleurs ten prooi vallen aan een stroompanne én een tyrannosaurus die zijn dieet van geitenvlees beu is. T-rex does not want to be fed, it wants to hunt! Bij The Lost World worden er al heel wat meer vrijheden genomen, de tweede film lijkt helemaal niet op het bijhorende boek, en heeft men in de film vooral de ongebruikte scènes uit het eerste boek van Crichton verwerkt. Zo zijn de openingsscène met het meisje op het strand met de composognati en de T-rex-bij-de-watervalscène van The Lost World feitelijk uit het eerste Jurassic Park-boek gelicht, zijn er in de boeken scènes die absoluut niet in de film terug te vinden zijn - dr Grant en de kinderen die in de volière van het park vluchten, waarvan een herwerkte versie dan weer wél in Jurassic Park III te vinden is - en ook het omgekeerde is waar; de T-rex die in The Lost World losbreekt in de stad komt in Crichtons boeken nergens voor. Met de scène wilde Spielberg overigens duidelijk Jan De Bont overtreffen, die ongeveer tegelijkertijd in Speed 2: Cruise Control een boot een steiger vol volk liet rammen, waarop Spielberg per sé ook zoiets in zijn film wilde hebben. In feite is de scène met de dubbele trailer die over de rand wordt getipt de enige in The Lost World die ook in het gelijknamige boek voorkomt! Kortom, hoe meer de consistentie van de films wordt nagestreefd, hoe meer het originele romanverhaal van Michael Crichton oneer wordt aangedaan. Inhoudsgewijs dan toch, want alhoewel puristen de afwijking van de boeken als storend zullen ervaren, zijn de films an sich met veel vakmanschap en oog voor detail gemaakt. Voor de derde film heeft Crichton zelfs bedankt om een boek te schrijven, en enkele scènes uit Jurassic Park III zijn overschotjes uit Crichtons originele werk, zoals reeds eerder vermelde setting van de pterodactyli in de volière. Er kwam weliswaar naar goede marketinggewoonten een boek op de markt, maar dat werd uitbesteed aan een ghost writer.



Ondanks de discrepanties tussen boeken en films heeft men wel de nodige zorg besteed aan het consistent maken van de drie films onderling, alhoewel kleine details, zoals de pterodactylus die vrij rondvliegt op het einde van The Lost World in tegenspraak is met het feit dat de beeste in Jurassic Park III worden geacht in een volière te zitten. En consistentie, daar is het waar het in deze drie films op aankomt. Vooral in de inleiding van Jurassic Park III, waarin dr Grant zijn wedervaren vertelt op een wetenschappelijke lezing, maakt voor eens en voor altijd duidelijk dat hij niets te maken had met de spijtige incidenten in - en niet mee had gespeeld in - The Lost World, waarbij een dolle dino enkele voorbijgangers in de straten van San Diego verkeerdelijk als lunchpakket aanzag. Alleen bevat Jurassic Park III iets te veel alle truukjes uit de klassieke ILM-molen die we al eens gezien hebben in de vorige twee films, en om die te overtreffen heeft men er nog enkele digitale dino's bijgecreëerd, zoals de spinosaurus en de pteranodons, maar die volstaan niet om voor een derde keer voor hetzelfde verrassingseffect te zorgen. Alhoewel de recreatie van de dinosaurussen natuurlijk nog steeds een bijzonder knappe toepassing van moderne computertechnologie blijft. Een trendbreuk in de derde film is wel dat er niet langer met het moraliserende vingertje gezwaaid wordt over het spelen met DNA. Joe Johnston heeft ook de derde film duidelijk een minder grimmig trekje willen meegeven dan de eerste twee delen; zo overleven alle belangrijke protagonisten alle beproevingen, zelfs een zeer intiem onderonsje met een roedel vervaarlijke raptors. En je moet de man nageven dat hij toch een geloofwaardige derde insteek heeft gevonden in de grote Jurassic Park-saga die niet al te zeer delen 1 en 2 tegenspreekt. Met de inbreng van figuren als William H. Macy is de film zelfs bij momenten een luchtig, over the top maar uiterst genietbaar spektakel geworden.



Waarmee we aanbeland zijn bij nóg een constante doorheen de drie films: de acteurs lopen er maar als garnituur bij, en moeten niet veel anders kunnen doen voldoen aan de volgende twee kwalificaties: (1) luid kunnen gillen en (2) hard kunnen weglopen. Vooral Téa Leoni (mevrouw David Duchovny) heeft in deel 3 van beiden enorm veel kaas gegeten, en mag vooral zoch onledig houden met het uithalen van stommiteiten, zoals dinosaurussen lokken met een megafoon. Niet dat de acteerprestaties slecht zijn: Sam Neill, Laura Dern, Jeff Goldblum, William H, Macy, Samuel L. Jackson (toch vooraleer hij in de maag van een velociraptor verdwijnt)... het zijn allemaal gevestigde namen die je zelf kunnen doen vergeten dat ze ongeveer de hele film lang tegen een blue screen hebben staan zeveren. Nochtans zijn de meeste rollen erg stereotiep: de stoere dino-dokter (Neill), zijn overenthousiaste assistent (Nivola), de wereldvreemde wiskundige met allures van een rockster die als enige het gevaar ziet aankomen (Goldblum), een paar sexy maar misbegrepen wetenschappers (Dern en Moore), een goedbedoelende sukkel (Macy), een paar wise-nose kids (Richards en Mazzello), de door zijn eigen ambitie verblinde miljonair-financier (Attenborough), een scream queen (Leoni) én uiteraard een paar inwisselbare sukkels die feitelijk alleen maar dienen om de dino's op tijd en stond te voeden - alhoewel een acteur als Pete Postlethwaite in The Lost World bijzonder goed op dreef is. Wanneer zijn personage te horen krijgt dat hij een tyrannosaurus mag neerschieten, beginnen de pretlichtjes in zijn ogen te fonkelen. Qua karakterontwikkeling is Jeff Goldblum eigenlijk nog het meest evoluerende personage: in het begin van de eerste film kan hij zijn minachting voor Hammond niet onder stoelen of banken steken, en lijkt hij constant alles en iedereen uit te willen lachen. Zijn personage slaat radicaal om in de scène in film 1 waarin hij bereid is om zich op te offeren voor de kinderen van Hammond, en op het einde van de tweede film is hij de enige die schijnbaar nog oog heeft voor het gevaar, en toch tenminste in de chaos tracht om de ontsnapte T-rex terug te vangen. Goldblum mag natuurlijk ook de scriptwriter (David Koepp) dankbaar zijn voor de vele snedige one-liners die hij voortdurend mag afvuren.



De ware sterren van de film zijn echter de CGI-experts van Industrial Light and Magic, die de sauriërs op ongelofelijk realistische wijze een tweede leven schenken. Steven Spielberg regisseert met de vaste hand van de meester, en slaagt erin om pure horror-scènes te vermengen met gitzwarte humor en de nodige dosis zelfrelativering. In zekere zin breekt Spielberg zeker met zijn eerste film de clichés over zijn eigen oeuvre: wanneer er een klein lief raptortje uit het ei breekt, krijgt iedereen spontaan een E.T.-déjà-vu, die echter snel genoeg verdwijnt van zodra het etenstijd is voor de volwassen exemplaren. De grootste verdienste aan de film is dat er, ter voorbereiding van heel het project, enorm veel research is gedaan naar de recentste ontwikkelingen in de paleobiologie, en die recente ontdekkingen worden ook onmiddellijk in de films geïncorporeerd. Zo was het skelet van de velociraptor slechts een paar jaar voor de film voor de eerste keer aangetroffen op een archeologische site in Utah - vandaar dat het dier in de wetenschappelijke literatuur nogal eens beschreven stond als de Utahraptor, totdat de populariteit van de film uiteindelijk ook begon door te wegen op de naamgeving. Zelfs de theorie die de laatste jaren opgang maakt dat er méér verbanden zouden zijn tussen dinosaurussen en vogels dan tussen dinosaurussen en reptielen, wordt aangehaald, wanneer er wordt vermeld dat de dinosaurussen helemaal niet de logge, dociele wezens zijn, waarvan men tot dan toe aannam dat ze dat waren, maar snelle, gevaarlijke jagers met dodelijke precisie. Sommige aspecten blijven natuurlijk giswerk: wat de natuurlijke schutkleur van de dieren was, kan zelfs de knapste paleobioloog vandaag niet meer achterhalen, maar paars met fluoriscerende gele stippen is niet erg waarschijnlijk.




Pagina: 1 - 2 - 3
cover




Studio: Universal

Regie: Steven Spielberg, Joe Johnston
Met: Sam Neill, Laura Dern, Jeff Goldblum, Richard Attenborough, Bob Peck, Martin Ferrero, B.D. Wong, Samuel L. Jackson, Wayne Knight, Joseph Mazzello, Ariana Richards, Julianne Moore, Pete Postletwaithe, Arliss Howard, William H. Macy, Tea Leoni, Alessandro Nivola, Trevor Morgan, Michael Jeter

Film:
10-10-8,5/10

Extra's:
10/10

Geluid:
10-10-8/10

Beeld:
10-10-9/10


Regio:
2

Genre:
Sciencefiction

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
1993-1997-2001

Leeftijd:
12

Speelduur:
335 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital 5.1
Frans Dolby Digital 5.1
Engels Dolby Surround (JP/LW)
Frans DTS (JP3)

Ondertitels:
o.a. Nederlands
Extra's:
• Geanimeerde menu's,
• Diverse documentaires,
• Storyboards,
• Animatics,
• Fotogallerijen en conceptuele schetsen,
• Trailers,
• Dinosaurus-encyclopedie,
• Productie-aantekeningen,
• Geanimeerde menu's,
• Cast & crew informatie,
• Verwijderde scenes,
• Produktiefoto's, illustraties en conceptuele tekeningen,
• Storyboards,
• 3D-Modellen,
• Commentaartrack (JP3),
• DVD ROM materiaal

Andere recente releases van deze maatschappij