:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> ORCHESTRAL MUSIC IN THE 20TH CENTURY - THREE JOURNEYS THROUGH DARK LANDSCAPES
ORCHESTRAL MUSIC IN THE 20TH CENTURY - THREE JOURNEYS THROUGH DARK LANDSCAPES
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2005-12-22
DOCUMENTAIRE
In het vierde deel van zijn reis door de Orchestral Music Of The 20th Century voert de Britse dirigent Sir Simon Rattle zijn toeschouwers mee naar de moeilijke reizen, echte of innerlijke, die een aantal moderne componisten in de vorige eeuw hebben moeten volbrengen als gevolg van politieke toestanden en machtsmisbruik. Het gaat om de Hongaarse componist Béla Bartók, de Rus Dmitri Schostakowitch en de Poolse componist Witold Lutoslawski, alle drie het slachtoffer van de tijdsgeest en gedwongen zich aan te passen of in ballingschap te gaan ten einde hun levenswerk, nl. het vrij kunnen componeren, te beschermen. Voor Bartók en Schostakowitch zou het een enkeltje worden.

Béla Bartók (1881-1945) werd geboren in Roemenië, maar was van nationaliteit Hongaar. Na een opleiding aan de muziekschool van Budapest werd hij concertpianist en bracht vooral werk van Duitse componisten. In zijn eigen composities liet hij zich beïnvloeden door de folksongs uit zijn geboorteland. Bartók werd gefascineerd door hun levensfilosofie, door het feit dat ze van generatie op generatie waren doorgegeven, dat ze verhalend waren en bestonden bij de gratie van de menselijke stem. Hij ging ze opschrijven, de zangpartij noteren en later incorporeren in zijn eigen composities. Bartók was een zwaarmoedig man, de politieke situatie op de Balkan joeg hem angst aan en die vrees dwong hem tot introspectie en innerlijke retraite. Zijn compositie Blauwbaards Kasteel uit 1911 – hij is dan 29 jaar oud – ademt uitsluitend pessimisme. Het is een donker en verdrietig werkstuk. Terwijl de melodie zich ontspint zien we een donkere donjon, met het land verbonden door een stenen brug, voor de rest omringd door blauw met zwart water. Het kabbelen van de golfjes tegen de oever horen we in de sprakelende aanslagen op de piano, de brede vlagen geluid symboliseren het onheilspellende donker, de grauwe wolken, de mist die als een deken over het landschap neerdaalt. Het stuk kan het publiek niet bekoren. De compositie is te moeilijk, te negatief. In de jaren '20 en '30 zal Bartók nauwelijks van zijn werk kunnen leven. In 1933 publiceert hij Muziek voor Strijkers, een compositie voor 2 orkesten, waarbij de violen het slagwerk zijn en de menselijke stem imiteren, terwijl het duistere hart van de folksong het centrale punt is van het muziekstuk. Wanneer de nazi’s in Duitsland aan de macht komen vlucht Bartók naar New York. Z’n eerste composities getuigen van zijn afkeer van de grootstad, het isolement waarin hij verkeert, de desinteresse van de omgeving. Een opdracht redt hem en stelt hem in staat om buiten de stad te gaan wonen. Concerto voor Orkest is pastoraler van sfeer, minder donker, met de versnipperde fragmenten van een folksong als kern. Op het einde van het werk maakt hij zijn 35-jarige cyclus rond met een herneming van het tranenthema uit Blauwbaard. Hij sterft in New York aan leukemie.

Dmitri Schostakowitch (1906-1975) maakt als jongeling het optimisme in de Russische samenleving mee na de geslaagde revolutie. Hij laat zich meezuigen in het idealisme van zijn tijd, de dromen, de verwachtingen, maar met het aantreden van Stalin valt de droom aan stukken. Het hoofd moet opnieuw omlaag. Wat rest zijn frustratie en onvrijheid. De première van zijn Symfonie Nr 4 uit 1936 zegt hij zelf af uit angst problemen te krijgen. Ze zal pas in 1961 voor het eerst opgevoerd worden. Schostakowitsch leert zich te verstoppen en ontwikkelt een zgn. code-stijl, waarbij hij dingen in de composities stopt die hopelijk pas veel later ontdekt worden. Ondertussen componeert hij zijn Symfonie Nr 5 naar de smaak van het regime, met heroïsche passages vol vreugde en blijheid. Maar het vreet aan hem en in het westen zal hij heel lang verdacht blijven als een collaborateur. Pas in 1961 vertelt hij in zijn biografisch boek hoe het er al die jaren aan toe is gegaan, hoe hij zich verborgen heeft gehouden terwijl het regime niets liever had gedaan dan ook hem weg te sturen naar Siberië of spoorloos te laten verdwijnen. Zijn Symfonie Nr 14 is één en al bitterheid. De frustraties stromen naar buiten, met een tekstpassage die er niet om liegt. 9th Stanza is opnieuw rustiger, maar directer, met vragen naar het nut van al die vermoorde kunstenaars, de dichters die zelfmoord hebben gepleegd, de verdwijning van zoveel grote schrijvers, de executie van onschuldige musici..

Witold Lutoslawski (1913-1994) is afkomstig van Polen. Wanneer hij met muziek een aanvang maakt is in zijn vaderland de ophemeling van het Poolse volk het enige wat geduld wordt. Er blijft hem geen keuze. Wat niet voldoet aan de normen kan wel geschreven worden, maar wordt bewaard in een lade. In de jaren '50 komt hij onder de invloed van John Cage en diens toevalstheorie over tempo en metrum. Lutoslawski gaat onder zijn invloed muziek in lagen componeren, waarbij de melodiciteit en het gelijktijdig klinken van de verschillende instrumenten totaal geen rol meer speelt. Zijn werk Venetiaanse Spelen heeft een traverso als belangrijkste instrument. De rest van het orkest produceert geluiden rond het hoofdthema, zonder dat er een duidelijke volgorde, rangorde of compositie in het samenspel te ontdekken is. Lutoslawski stapt uiteindelijk van elke vorm van compromis af en sluit zich begin jaren’80 aan bij het protest van Solidarnosc. De aan hun opgedragen Symfonie Nr 3 is zijn grote meesterwerk (1983) met rustige passages afgewisseld door heftige buien van strijkers en koper.

Deze vierde documentaire van Sir Simon Rattle gaat over de ballingen van de 20ste eeuw, componisten die voor het executiepeleton hadden gestaan mocht hun werk een boek geweest zijn in plaats van een klassieke muziekcompositie. Tussen de noten konden ze zich nog min of meer verstoppen, min of meer, want zowel Bartók als Schostakowitch zijn uiteindelijk op één of andere manier het slachtoffer geworden van de druk die tijd of regime op hun uitoefenden door ze in hun werkzaamheden te beperken of via geweld voor hun eigen (vaak foute) zaak te proberen te winnen. Sir Simon Rattle doet zijn verhaal ook deze keer met een eenvoud die respect afdwingt, want een dergelijk verhaal is nooit makkelijk te vertellen en zichtbaar te maken. Rattle slaagt erin om klassieke muziek weg te halen uit de concertzaal met zijn sjieke roodfluwelen stoelen en oogverblindende kristallen luchters en een opwindende en menselijke vertelling te doen over kunstenaars die hun gevoelens en hun innerlijke spanning aan notenbalken toevertrouwden, maar net zoals toneelauteurs of schrijvers maar één ding nastreven: het publiek bereiken, emotioneren en een gezellige tijd bezorgen.

De City of Birmingham Symphony Orchestra speelt zoals van ouds foutloos. De Scandinavische grote dame van het moderne lied, Anne Sofie von Otter, zien we in een Bartók-compositie samen met Willard White: indrukwekkend en professioneel.

Orchestral Music In The 20th Century – Three Journeys Through Dark Landscapes is het vierde deel van een dvd-reeks van 7 titels die in de loop van het najaar 2005 en het voorjaar 2006 verschijnt bij Total Film in Amsterdam. De gastheer is telkens Sir Simon Rattle:
Volume 1: Dancing On A Volcano – Tristan und Isolde (Wagner, Schönberg, Berg)
Volume 2: Rhythm – Sacre du Printemps (Stravinsky, Ligeti, Reich Messiaen)
Volume 3: Colour – Prélude à l’Après-midi d'un Faune (Debussy, Boulez, Takemitsu)
Volume 5: The American Way (Gershwin, Cage, Copland, Weill, Bernstein)
Volume 6: After the Wake (Strauss, Schoenberg, Britten, Stockhausen)
Volume 7: Threads (Berio, Kurtag, Birtwhisle, Turnage, Knussen, Gubaidulina)

BEELD EN GELUID
Het beeld van deze documentaire is prima. De opnamen in de concertzaal zijn zelfs uitstekend met veel close ups van tokkelende en strijkende vingers, mooie kleuren en aparte camerabewegingen. De sfeerbeelden die af en toe tussengevoegd zijn hebben iets meer korrel en onrealistischere kleuren. Het gaat wellicht om gekochte footage uit de landen die ter sprake komen. Het geluid is over de hele lijn prima. Rattle staat bekend als een perfectionist, niet alleen voor zijn plaatopnamen, maar ook voor live-registraties van zijn concerten. Voor deze serie zijn geen risico's genomen of grote beperkingen opgelegd wat dat betreft.

EXTRA'S
Bij de extra's zit een Biografie van de 3 Componisten (tekst) en als audio-bijlage de integrale uitvoering van de Symfonie Nr 4 van Dmitri Schostakowitch en het Concerto voor Orkest van Béla Bartók.

CONCLUSIE
Orchestral Music In The 20th Century – Three Journeys Through Dark Landscapes voert de toeschouwer deze keer mee naar drie groten uit de vorige eeuw die het bijzonder moeilijk hebben gehad om zich als onafhankelijk en vrij componist te handhaven. Het lijkt niet evident, maar voor onderdrukkers en dictators is alle kunst gevaarlijk en kan alle kunst een middel zijn om de massa te bespelen en onder controle te houden. Wie niet meespeelt is verdacht, en dat waren Schostakowitch en Lutoslawski in elk geval wegens hun interne retraite. Bartók ondernam uiteindelijk de echte reis, maar die bracht hem niet dichter bij het geluk.


cover




Studio: Arthaus Musik

Regie: Barrie Gavin
Met: Sir Simon Rattle, City of Birmingham Symphony Orchestra, Anne Sofie von Otter, Willard White

Film:
8,5/10

Extra's:
6/10

Geluid:
8,5/10

Beeld:
8/10


Regio:
0

Genre:
Documentaire

Versie:
Europa

Jaar:
1996

Leeftijd:
AL

Speelduur:
50 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.85:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels PCM Stereo

Ondertitels:
o.a. Duits, Spaans
Extra's:
• Biografie van Béla Bartók
• Biografie van Dmitri Schostakowitch
• Biografie van Witold Lutoslawski
• Audio: Symfonie Nr 4 – D.Schostakowitch
• Audio: Concerto voor Orkest – Béla Bartók

Andere recente releases van deze maatschappij