:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> MAGNIFICENT SEVEN S.E., THE
MAGNIFICENT SEVEN S.E., THE
Bespreking door: Dieter - Geplaatst op: 2006-12-26
FILM
Je hebt zo van die films die iedereen kent, hoewel lang niet iedereen ze gezien heeft. Ze zijn deel gaan uitmaken van ons collectieve geheugen omdat ze zo’n iconische status hebben verworven dat generatie na generatie met nostalgie terugdenkt aan de film. Een beter voorbeeld dan The Magnificent Seven kan je je hierbij niet indenken. Als remake van een andere klassieker, Akira Kurosawa’s Seven Samurai, verplaatste regisseur John Sturges het verhaal van zeven huurlingen van feodaal Japan naar de Amerikaans-Mexicaanse grens in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het resultaat is verbluffend in zowel eerbied voor het origineel als in het leggen van eigen accenten, die de prent op en top een Hollywoodproductie maken. En hoewel The Magnificent Seven enkele hindernissen halverwege de film niet volledig te boven komt, hoort hij zonder discussie thuis in het pantheon van de Amerikaanse sterrenproducties.

Want net zoals films als Ocean’s Eleven en Twelve vandaag de dag grossieren in supersterren, deed John Sturges’ productie dat in 1960 al, met het verschil dat de acteurs die hij gebruikte honderd maal charismatischer waren. Het begint al bij Yul Brynner, de man met het kale hoofd en de hypnotiserende blik, die een actie op touw zet om de door een dievenbende geterroriseerde inwoners van een Mexicaans grensstadje ter hulp te schieten. Als leider van de zeven huurlingen die uiteindelijk de tocht naar de grens aanvatten is hij enigmatisch, vastberaden en heeft hij een hart van goud. Kortom: voor een betere filmheld moet je niet verder te zoeken. Tweede in commando is een zo mogelijk nog iconischere naam: Steve McQueen, in zijn eerste grote cinemarol. De ‘King of Cool’ had er ten tijde van The Magnificent Seven al enkele seizoenen van de succesrijke tv-western Wanted: Dead or Alive opzitten en hij voelt zich dus prima thuis tussen de cactussen en het tuimelkruid. Tot ergernis van Brynner, die voelde dat McQueens eindeloos gefrunnik aan zijn Stetson en andere opvallende maniërismen wel eens zijn eigen rol zouden kunnen upstagen. Dat gebeurt weliswaar niet – Brynner blijft de absolute leading man van de plot – maar dat in McQueen een nieuwe ster is geboren, is eveneens duidelijk.



Naast deze twee natuurlijke leiders van het septet, zit er in de huurlingenbende echter nog heel wat meer talent verscholen. De meest opvallende rol is voor James Coburn. Als een zwijgzame messenwerper steelt hij de show in iedere scène waarin hij opduikt, en nergens meer dan in zijn introductiescène, die tot de beste sequenties behoort die Hollywood in de jaren zestig op het witte doek toverde. The Magnificent Seven staat overigens bol van de fantastische scènes – ik denk aan de legendarische low-key maar enorm suspenserijke rit met een lijkwagen en een onverwachte maar visueel ravissante valstrik – die echter op zich een grotere impact hebben dan als geheel. De reden hiervoor is wellicht dat de makers meer aandacht hebben voor karakter dan voor plot, wat resulteert in een hele stapel fascinerende personages die allemaal een evolutie doormaken, maar die ook de film verhinderen narratief er voor de volle honderd procent voor te gaan. Het meest memorabele karakter op emotioneel vlak is bijvoorbeeld Charles Bronson, en dan specifiek de band die hij opbouwt met enkele jongens uit het te verdedigen dorp. Zijn scènes brengen meer dan eens de krop in de keel, maar gaan helaas soms verloren in de genadeloze opeenvolging van andere karakterscènes.

Dit lijdt uiteindelijk tot een middensegment dat zo gepreoccupeerd is met het uitdiepen van de personages dat de spanningsboog slap gaat hangen en je bijna interesse verliest in de afloop van het verhaal. Deels is dit bovendien toe te schrijven aan de riskante zet om Duitser Horst Buchholtz niet enkel een cowboy te laten spelen, maar hem ook met de belangrijkste karakterboog op te zadelen, waardoor de film voor een flink stuk door zijn schouders te dragen valt. En die wegen iets te licht. Buchholtz is geen miscasting van jewelste, maar zijn sluimerende liefdesduet met een plaatselijke schone kan je ook nooit overtuigen. De twee overgebleven leden van het huurlingenseptet, Brad Dexter en Robert Vaughn, doen dat gelukkig wel. Maar zij zijn eveneens de minst uitgewerkte karakters van de zeven, waardoor hun uitstekende contributies te weinig op de voorgrond treden wanneer de film daar behoefte aan heeft.



Als tegengewicht voor al die goede cowboys koos John Sturges een fantastische slechterik. Eli Wallach, die later de filmgeschiedenis zou ingaan als ‘The Ugly’ in Sergio Leone’s bekendste spaghettiwestern, is het prototype van een tegenstander die geen scrupules heeft, maar met zijn charme en intelligentie zijn slechtheid weet te verdoezelen. De confrontaties tussen hem en de Magnificent Seven behoren tot de beste scènes van de film, die uitblinken door een fenomenale onderhuidse spanning die je op het puntje van je stoel houdt. De spankracht van de prent wordt overigens ook opgedreven door de uitmuntende technische bijdragen van de crew, van de glorieuze widescreenfotografie tot de snedige montage. En niet te vergeten één van dé muzikale scores van de twintigste eeuw, Elmer Bernsteins meesterwerk, dat na bijna een halve eeuw nog altijd de kracht heeft om je op te zwepen, op te beuren en te ontroeren.

Maar wanneer alles gezegd en gedaan is, blijkt de belangrijkste factor in het succes van The Magnificent Seven niet de cast of de muziek of het verrassend eenvoudige script te zijn, maar wel de man die de teugels in handen houdt. John Sturges wordt wel eens gemakkelijk over het hoofd gezien als de namen van de grote regisseurs worden opgesomd, maar hij hoort er wel degelijk in thuis. Iemand die van dergelijke massaproducties met talloze sterren keer op keer een meeslepend avontuur weet te maken, die met zijn regie vooral functioneel een verhaal wil vertellen en die meer vakmanschap tentoon spreidt dan eender welke andere regisseur van zijn generatie, verdient het om vereerd te worden door komende generaties cineasten. En hoewel het meanderende middendeel van The Magnificent Seven en de vergelijking met Seven Samurai de prent ervan weerhouden als meesterwerk geklasseerd te worden, zal je zelden een meer aangename tijd voor de buis beleven dan met dit wonderlijke septet huurlingen.



BEELD EN GELUID
MGM bracht deze dvd uit in 2001, in wat we nu nostalgisch de begindagen van dvd noemen, en dus is de beeldkwaliteit niet wat we nu als de standaard hanteren. De print is over het algemeen redelijk zuiver, maar in diverse scènes zijn niettemin beschadigingen en vuiltjes op te merken, evenals excessieve hoeveelheden grain. Scherpte en kleurenweergave kunnen dan weer op goedkeuring van deze reviewer rekenen, maar in de donkere scènes speelt het gebrek aan contrast en een fluctuerend zwartniveau de film parten. Het geluid wordt enkel aangeboden in een geremixte 5.1 Dolby track, en niet in de originele monoconfiguratie. Niet dat dit zoveel verschil uitmaakt, want de achterste boxen worden nauwelijks aan het werk gezet. Ook de dynamiek van de soundtrack stelt teleur, vooral wanneer Elmer Bernsteins magistrale score uit de boxen moet schallen.

EXTRA’S
Deze Special Edition bulkt weliswaar niet van de extra’s, maar wat aanwezig is, is van de hoogste kwaliteit. Het Audiocommentaar bevat inzichten van producer Walter Mirisch, assistent-regisseur Robert Releya en actuers James Coburn en Eli Walach en is een aangename track om naar te luisteren. Nog veel beter is echter Guns for Hire (45 min.), een uitmuntende retrospectieve documentaire over het maken van de film, volgestouwd met weetjes en anekdotes. Afrondend zijn er Trailers van niet enkel The Magnificent Seven, maar ook van zijn drie sequels, en een uitgebreide Fotogalerij, opgedeeld volgens vijf thema’s.



CONCLUSIE
The Magnificent Seven is een van de laatste grote, klassieke westerns, die bovendien kan pochen met een uitstekende cast, een prima regisseur en een legendarische muzikale score. Een meanderend middensegment weerhoudt de prent van grootsheid, maar dat stopt de film niet een fantastische publieksverwenner te zijn. Beeld en geluid stellen lichtjes teleur voor een film van deze status, maar de bonussectie bevat veel mooi materiaal.


cover




Studio: MGM

Regie: John Sturges
Met: Yul Brynner, Steve McQueen, Horst Buchholtz, James Coburn, Charles Bronson, Robert Vaughn, Brad Dexter, Eli Wallach

Film:
7,5/10

Extra's:
6/10

Geluid:
7/10

Beeld:
7/10


Regio:
2

Genre:
Western

Versie:
Benelux (NL/FR)

Jaar:
1960

Leeftijd:
16

Speelduur:
122 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
2.35:1 anamorfisch PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital 5.1
Frans Dolby Digital 5.1
Italiaans Dolby Digital 5.1

Ondertitels:
o.a. Nederlands
Extra's:
• Retrospectieve documentaire,
• Audiocommentaar,
• Trailers,
• Fotogalerij

Andere recente releases van deze maatschappij