:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> SEX PISTOLS, THE THE FILTH AND THE FURY
SEX PISTOLS, THE THE FILTH AND THE FURY
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2008-11-05
MUZIEKDOCUMENTAIRE

The Sex Pistols bestonden maar 26 maanden en namen slechts één album op, maar ze hebben het gezicht van de popmuziek voor altijd veranderd. Het is de tekst die op de achterkant van deze dvd-hoes staat. Hoe vaak heeft u deze slogan al gehoord in de voorbije 25 jaar? Zijn er nog popgroepen die de popmuziek niet voor altijd hebben veranderd? Is popmuzieksector niet bij uitstek een economische sector die leeft bij de gratie van voortdurende verandering en vernieuwing, een sector ook die elk decennium moet rekening houden met een nieuwe generatie klanten, nieuwe smaken, nieuwe modes, nieuwe maatschappelijk inzichten en ontwikkelingen?

 
Toegegeven, The Sex Pistols waren niet het zoveelste boybandje in een lange rij, ontworpen of tot wasdom gebracht door de bollebozen van de muziekindustrie. In werkelijkheid waren ze net het tegenovergestelde en dat hebben EMI en A&M aan den lijve ondervonden toen ze probeerden de Pistols een plaatsje te geven op hun label. EMI hield het hooguit enkele weken uit, A&M annuleerde het contract met Rotten & co binnen een termijn van 24 uur, na een uit de hand gelopen party in het A&M-hoofdkwartier in Londen. The Pistols hielden er een vette afscheidscheque aan over. Alhoewel, als je mag voortgaan op de uitspraak van de groepsleden en hun entourage, was het vooral hun zelfverklaarde manager Malcolm McLaren die beter werd van alles wat The Sex Pistols deden. Zelf hielden ze er bitter weinig geld aan over, behalve een karig weekloon van acht en later twintig pond per week. Na 26 maanden was het afgelopen, fini, schluss, finished. We hadden alles gegeven, zegt Johnny Rotten daar nu over, we waren leeg. In werkelijkheid waren de spanningen binnen de groep te hoog opgelopen, was Malcolm McLaren z’n boekje te buiten gegaan en ging tweede man Sid Vicious in sneltempo ten onder aan drugsmisbruik.
 
 
Engeland anno 1975 was een ziek land. De economie lag op apengapen en het land werd geteisterd door werkonderbrekingen, stakingen en voortdurende stroompannes. In de straten van Londen en van de grote industriesteden uit het noorden werden ware veldslagen uitgevochten tussen de Engelse politie en werkloze jongeren. ’s Nachts lagen ze met honderden op geïmproviseerde matrassen van karton in de portalen van de grote winkels in de belangrijke winkelstraten. Wie Londen in die periode bezocht, waande zich in een derdewereldland en werd overal geconfronteerd met dezelfde bede: spend some change, please… John Lyndon (alias Johnny Rotten), Peter Cook, Steve Jones en Glen Matlock kunnen ervan meepraten: als tieners en jonge twens groeiden ze op in de verarmde arbeiderswijken van Shepherd’s Bush en Hammersmith in Groot-Londen. De huizenblokken waren er uitgeleefd; wegens stakingen van de stadsdienst lagen er voortdurend hoge stapels rottend huisvuil op straat; de werkloosheid was er torenhoog, de mensen leden honger, immigratie en racisme gingen er hand in hand. Uit verveling ontstond revolte; jeugdbendes maakten elkaar het leven zuur, soms vielen er slachtoffers, niemand voelde zich nog veilig, iedereen schimpte op Labour, op de Conservatieven, op premier Edward Heath en op de hele politieke kaste die zich verschool achter hoge gevels in de binnenstad. Het was de tijd van The Eagles en The Bay City Rollers en Rotten herinnert zich dat zijn moeder uit de bol ging voor T. Rex, de vroege David Bowie en Alice Cooper. Zelf vond hij Roxy Music het einde. Maar de glitter en de oppervlakkigheid van Top of The Pops hadden nog maar weinig te maken met de ellende op straat, met de lege portemonnees en de uitzichtloosheid van de jeugd wegens geen werk en geen toekomst.
 
Rotten en zijn maats revolteerden zoals de rest van hun tijdgenoten. Maar straatgevechten en geweld waren Rottens ding niet en dus zocht hij een uitweg via de muziek. Het geluidsmateriaal werd bij elkaar gejat, de repetities mondden steevast uit in onderlinge scheldpartijen en wrijvingen en uit de woede, de frustratie en de afkeer voor het establishment werd Anarchy in the U.K. geboren. De faam van The Sex Pistols verspreidde zich over Londen als een olievlek. Ze waren provocerend, beledigden de pers, spuwden op hun fans, regen de krachttermen aaneen als de bolletjes van een paternoster, lokten rellen uit, bezopen zich voor, tijdens en na elk concert met als doel achteraf lekker van bil te gaan. Binnen de kortste keren waren ze voorpaginanieuws in de Britse kranten. The Pistols zorgden voor schandaal en schandalen verkopen goed. They are the filth and the Fury, blokletterde de Daily Mirror na een zoveelste uit de hand gelopen concert. Brave parochiepriesters protesteerden tegen hun duivelse optredens, brave burgervaders verboden hun concerten uit angst voor rellen en de slechte invloed van de band op de plaatselijke jeugd. Uiteindelijk was er niet één zaaltje dat The Sex Pistols nog wilde/durfde boeken. Met hun single God Save The Queen (She Ain’t No Human Being) ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van Elisabeth II in juni 1977, provoceerde The Sex Pistols zo goed als de hele Britse samenleving. Rotten kon niet meer op straat komen, want hij was bang neer te worden gestoken of zelfs vermoord. De BBC deed God Save The Queen in de ban, om de luisteraars niet te beledigen, en toen de song de top-10 binnenstormde en Hotel California van The Eagles van de hoogste positie stootte, was er dié week voor het eerst in de Britse popmuziek géén nummer 1, noch op de radio, noch in de popmuziekpers. Rotten werd uiteindelijk op straat aangevallen en zwaar gewond naar een ziekenhuis afgevoerd. In plaats van hulp te bieden, belde men eerst de politie en werd hij in de boeien geslagen als onruststoker.
 
 
In oktober 1977 verscheen hun enige LP Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols. De plaat verkocht als zoete broodjes, maar liveoptredens waren er nog nauwelijks bij. Engeland was een gevaarlijke plek geworden voor de groep en de bandleden zaten werkloos thuis. Onder de valse naam The Stops lukte het nog even om nietsvermoedende zaaleigenaren te misleiden, maar ook dat spelletje was een kort leven beschoren. McLaren werd onder druk gezet om buitenlandse optredens te versieren. Het werd een concerttour naar de States die in de grootste verwarring verliep. Tijdens hun eerste optreden noemde Sid Vicious de Amerikaanse fans fucking cowboyflikkers, wat bij het publiek in slechte aarde viel. Het podium werd bekogeld met lege en volle drankblikken, plastic varkensneuzen en de loszittende onderdelen van het interieur. Men verwondde Sid Vicious. Die zou zich nadien vaak te buiten gaan aan zelfverminking terwijl hij bloedend en stoned met z’n niet ingeplugde basgitaar op het publiek inhakte. Johnny Rotten zag het met lede ogen gebeuren en besloot uit de band te stappen. The Pistols waren gerecupereerd door de amusementsindustrie waartegen hij zich twee en een half jaar eerder nog met man en macht verzette. The Sex Pistols waren een hype geworden en het publiek in de zaal droeg nu dure leren jassen, kettingen en hanenkammen. In San Francisco, hun laatste halte in Amerika, viel de groep definitief uit elkaar. Sid Vicious zat helemaal onder de heroïne, werd op de terugvlucht naar New York ingerekend wegens een overdosis en een tijdje later verdacht van moord op zijn vriendin Nancy Spungen. Die had men met een mes in de borst aangetroffen in de badkamer van haar hotelkamer. Sid overleed aan een overdosis begin 1979.
 
Als The Beatles in de tweede helft van de jaren zestig in Engeland voor een culturele omwenteling bij de jeugd hebben gezorgd, dan is wat The Sex Pistols anno 1976 deden minstens zo belangrijk voor de jaren zeventig. Uit hun ontreddering, hun walging voor de gevestigde orde, hun protest en hun provocatie ontstond het muziekgenre punk en waren ze de wegbereiders voor groepen als The Clash, The Damned, Siouxie and the Banshees en Sonic Youth. Wegens hun armtierige levensomstandigheden wikkelden ze zich in tweedehandskleren, in gescheurde t-shirts en jeans en lieten ze hun haar in alle richtingen groeien. Onder invloed van McLaren kwamen ze in contact met de leren kledingstukken en speeltjes uit diens modewinkel/seksshop. Vandaar naar de fans was nog maar een kleine stap. Punk en zwart leer, punk en piercings, punk en hanenkammen, het hoort er tegenwoordig (nog altijd) allemaal bij. Het is een microcultuur binnen de algemene cultuur geworden, een alternatieve scène die Johnny Rotten evenwel niet heeft voorzien, gewenst of gewild en die mijlenver verwijderd is van z’n eigen motivering om met The Sex Pistols te beginnen: boos, gefrustreerd, platzak, zonder werk en zonder uitzicht op een normale toekomst. In een maatschappij als de onze, die schreeuwt om jonge en goedopgeleide arbeidskrachten en die z’n jeugd op een nooit eerder gezien wijze heeft verwend en gepamperd, is er geen vergelijk mogelijk.
 
 
Julien Temple is met The Sex Pistols -  The Filth And The Fury niet aan z’n proefstuk toe. Eerder maakte hij videoclips voor David Bowie, Whitney Houston, Culture Club, Luther Vandross, Janet Jackson, Wilson Phillips en Blur. Hij regisseerde de opname van het Rolling Stones-concert At The Max (1991) en leverde in 2007 een interessante biopic af over Joe Strummer (2007). In 1980 wijdde hij al een eerste keer z’n aandacht aan The Sex Pistols in de niet helemaal geslaagde documentaire film The Great Rock ’n Roll Swindle, waarin hij z’n licht op het verschijnsel Punk liet schijnen vanuit het standpunt van Pistols-manager Malcolm McLaren. Voor The Filth And The Fury richt Temple zijn camera hoofdzakelijk op de drie overblijvende leden van The Sex Pistols. Hij filmt ze met tegenlicht, waardoor hun gezichten nooit echt duidelijk zichtbaar zijn, een goede keuze, want zo blijft de mythe overeind, terwijl de door drank en drugs getekende Pistols verworden zijn tot een stelletje mannen van middelbare leeftijd. Malcolm McLaren komt ook aan het woord, zij het verstopt achter één van z’n eigen leren maskers. Temple vertelt het hele verhaal van The Pistols vanaf hun jeugd in een arm en economisch weinig aantrekkelijk Engeland. Hij vertelt in welke omstandigheden ze opgroeiden en welke motieven aan hun besluit ten grondslag lag om zelf muziek te maken. Zijn relaas is gelardeerd met oude footage, foto’s, off screen-commentaar van de bandleden, interviews met mensen uit hun omgeving en uiteraard ook met exclusieve opnamen van hun allereerste en latere concerten.
 
Het zal niemand verbazen dat The Filth And The Fury een heel andere film is dan z’n voorganger uit 1980. Het accent ligt op de manier waarop de bandleden zelf terugkijken op de woelige 26 maanden van The Sex Pistols, en uiteraard vertellen zij een heel ander verhaal dan Malcolm McLaren, die zichzelf destijds profileerde als de oprichter en grote bezieler van The Sex Pistols, maar die vooral veel geld in eigen zak stak en als manager nauwelijks meer dan waardeloos was. Het verhaal van oplichting en misleiding is vergelijkbaar met dat van andere bands uit de jaren vijftig en zestig. The Sex Pistols waren geen uitzondering op die regel. Ze waren jong, onbezonnen en totaal niet vertrouwd met de gang van zaken in de muziekbusiness, slecht opgeleid, eigenzinnig en betrouwden vooral op hun eigen intuïtie. Bovendien waren ze hoofdzakelijk met muziek bezig, met het snelle en onverwachte succes en niet met het vele geld dat ze genereerden. Heel veel aandacht gaat uiteraard ook naar het tragische lot van Johnny Rottens beste vriend, Sid Vicious, degene die het uiteenvallen van de band zou versnellen.

 


BEELD EN GELUID
De kwaliteit van het materiaal is zeer divers wegens de vele oude filmpjes die niet bepaald onder de beste omstandigheden gedraaid of stofvrij bewaard zijn in de kluizen van de grote filmmaatschappijen. Er is sprake van verkleuring, onscherp beeld en ongerechtigheden allerhande. De recente opnamen zijn oké, maar gezien de manier van filmen (met tegenlicht en veel zwart) spelen ze nauwelijks een rol voor de algemene appreciatie. Het geluid krijgt vergelijkbare opmerkingen: het is helemaal in orde voor wat betreft de recente interviews, maar de oude footage heeft te lijden onder de gebrekkige manier waarop de geluidsopnamen zijn gemaakt. Echte fans zullen evenwel opgetogen zijn met het vele oorspronkelijke en unieke beeldmateriaal dat Julien Temple in deze documentaire stopt.


EXTRA'S
De Originele Trailer, een zwak Audiocommentaar van Julien Temple met te veel stille momenten en een reeks Andere Trailers voor releases uit het A-Filmaanbod.


CONCLUSIE
Julien Temple’s The Sex Pistols – The Filth And The Fury is een zeer interessante documentaire over één van de merkwaardigste band uit de popgeschiedenis. Pistols-liefhebbers worden op hun wensen bediend qua muzikale bijdragen en aandacht voor de culturele achtergrond van de Punk; geïnteresseerden in de grote fenomenen uit de westerse popmuziek, krijgen van Julien Temple een volledig en inzichtelijk overzicht van het belang en de rol van The Sex Pistols. Aanbevolen.

 




cover




Studio: A-Film

Regie: Julien Temple
Met: The Sex Pistols, Malcolm McLaren, Nancy Spungen

Film:
8/10

Extra's:
4/10

Geluid:
7/10

Beeld:
7/10


Regio:
2

Genre:
Documentaire

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
2000

Leeftijd:
16

Speelduur:
106 min.

Type DVD:
SS-SL


Beeldformaat:
1.85:1 PAL

Geluid:
Engels Dolby Digital 2.0


Ondertitels:
Nederlands
Extra's:
• Originele Trailer
• Audiocommentaar van Julien Temple
• Andere Trailers

Andere recente releases van deze maatschappij