:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> HOW GREEN WAS MY VALLEY
HOW GREEN WAS MY VALLEY
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2010-02-09
FILM
Vandaag kan je je niet meer voorstellen dat uitgerekend Citizen Kane (Orson Welles) het op de Oscar-uitreiking in 1942 moest afleggen tegen John Fords How Green was my Valley. Welles’ film geldt nu algemeen als een briljant meesterwerk, terwijl niemand zich nog de met vijf Oscars bekroonde productie van Ford herinnert, tenzij misschien uw en mijn grootmoeder. Wat nog maar eens bewijst dat men in Hollywood zeer goed is in het bekronen van de verkeerde films. Maar er is meer aan de hand: tycoon Hearst startte een lastercampagne tegen Orson Welles en verbood alle reclame en kopij over zijn film in zijn eigen kranten. John Ford was dan weer een gereputeerd filmmaker die sinds z’n debuut in 1917 ruim 80 films achter z’n naam had staan. Hij behoorde in alle opzichten tot de top in Amerika. Orson Welles aan de andere kant was een onbekende debutant en Citizen Kane was z’n allereerste film. Net na het uitbreken van W.O.II had het Amerikaanse publiek vooral nood aan hartwarmende films over de verbondenheid van kwetsbare mensen en hun strijd tegen onrecht en dat is precies wat How Green was my Valley te bieden had. Citizen Kane was een verhaal over geld en macht met als centrale figuur de rijke krantenmagnaat Charles Foster Kane (gebaseerd op de figuur van William Randolph Hearst) en daarop zat niemand te wachten. John Ford ging dus aan de haal met 5 Oscars (o.a. voor beste film en beste regisseur). Voor Orson Welles bleef alleen de Oscar voor beste originele scenario over.
 

 
Dat uitgerekend Donald Crips (als Mr. Morgan) de Oscar kreeg voor beste mannelijke bijrol in How Green was my Valley is wellicht het beste voorbeeld van de slechte smaak die anno 1942 door de Academy waarde. De acteur slaagt er niet in om ook maar één keer een scène op een geloofwaardige en deugdelijke manier tot een goed einde te brengen, z’n houding en uitstraling zitten helemaal fout, maar medelijden wekt hij natuurlijk wél op door in de eindscène de geest te geven tijdens een mijninstorting: goedkoop sentiment waarvoor de unieke acteerprestatie van Orson Welles als krantenmagnaat Kane de duimen moest leggen. Crisp (geboren in Engeland) had er in 1942 al een carrière van meer dan dertig jaar op zitten. Hij was een van de bekendste acteurs in Amerika, succesvol en geliefd en z’n rol in How Green was my Valley was dé gelegenheid om hem z’n enige Oscar uit z’n carrière toe te kennen, onverdiend over de hele lijn. Een gelijksoortige opmerking geldt voor Maureen O’Hara. Ze was in 1939 te zien in een klein rolletje in Hitchcocks Jamaica Inn, maar in How Green was my Valley bakt ze er niets van. Ze hanteert een acteerstijl die nog alle kenmerken heeft van die uit de tijd van de stille film: stijf, vormelijk, oubollig en oeverloos sentimenteel. Als je weet dat Gone With The Wind (1939) op dat terrein al helemaal een film in de nieuwe stijl was, dan is het duidelijk dat John Ford bewust voor deze aanpak heeft gekozen, wel beseffend dat hij daar anno 1942 nog mee zou wegkomen ook! Degene die wél de Oscar voor beste mannelijke rol verdient wegens een ook vandaag nog relevante interpretatie is Walter Pidgeon als de no-nonsense dominee Mr. Gruffydd, maar gezien het twijfelachtige karakter van dat personage kwam een bekroning in puriteins Amerika uiteraard niet in vraag.
 

 
Voor het scenario van How Green was my Valley baseerde Philip Dunne (The Robe, 1953) zich op het gelijknamige boek van de uit Wales afkomstige geëngageerde schrijver Richard Llewellyn. De roman, waarin over de miserie van de mijnwerkers omstreeks het begin van de eeuw op een aanschouwelijke manier wordt verteld, kon rekenen op veel bijval. In het kleine mijnstadje worden de lonen voor het eerst verlaagd als gevolg van een economische depressie in de staalsector. De vijf zonen van de familie Morgan worden afgedankt, samen met tientallen collega’s. Tegen de zin van hun vader nemen ze deel aan de allereerste staking in de streek: 22 weken lang wordt er niet gewerkt. Het gezin valt uiteen: twee zoons vertrekken richting Amerika, de drie anderen vestigen zich in een huisje in het dorp. Ondertussen wordt dochter Angharad (Maureen O’Hara) verliefd op Mr. Gruffydd (Walter Pidgeon), de kersverse dominee. Maar die houdt de boot af omdat hij met z’n karig salaris geen gezin kan onderhouden. Angharad gaat dan maar in op een aanzoek van de zoon van de mijneigenaar. Haar huwelijk is evenwel geen lang leven beschoren en via het roddelcircuit komt haar geheime liefde voor de dominee aan het licht. In het kleine dorpje in Wales is dat voldoende voor een schandaal dat haar hele familie treft. Bij een mijnexplosie komt haar oudste broer om het leven. Niet veel later sterft haar vader tijdens een mijninstorting. Haar broertje Huw (Roddy MacDowall), die het verhaal in flashbacks vertelt, zal als laatste het dorp de rug toekeren op zoek naar een betere toekomst.
 
Het mag duidelijk zijn dat de roman How Green was my Valley genoeg sociaal-maatschappelijke kritiek bevat voor een pakkend drama dat zelfs herkenbaar is voor een hedendaags publiek. Bovendien was John Ford ervaren genoeg om met deze thema’s een grote film te maken. We mogen niet vergeten dat Fox oorspronkelijk de film als dé grote concurrent van Gone with the Wind op de sporen wilde zetten. William Wyler werd aangezocht voor de regie, de film zou in kleur gedraaid worden op locatie in Wales, maar de oorlog gooide roet in het eten wegen de Duitse bombardementen op Engeland. De productiemaatschappij reduceerde het budget, Wyler stapte op en John Ford kreeg een veel minder groot bedrag ter beschikking om de film in de zomer van 1941 in de bergen van Santa Monica in Californië  in te blikken. In oktober kwam de productie al in de zalen.
 

 
Maar How Green was my Valley heeft het succes van Gone with the Wind nooit kunnen evenaren, ondanks de oersterke grondtekst van het verhaal en ondanks het toch echt wel indrukwekkende decor (een heel dorp, inclusief de rokende schoorstenen van de mijn, werd tegen een bergwand opgetrokken met lange rijen werkmanshuisjes in authentieke Welsche stijl). Dat de film het een tijdlang toch vrij goed deed in Amerika én Europa heeft meer te maken met de tijdgeest (bij ons kwam hij na WOII in de zalen), dan met de kwaliteit van de productie. Want hoewel scenarist Philip Dunne alle aspecten van de roman een plaatsje geeft in de film, is de coherentie matig en komen we bijv. niets te weten over het compromis tussen mijnarbeiders en mijneigenaars waardoor de staking wordt opgeschort. Of is er helemaal geen sprake van een compromis en is de staking neergeslagen? Ander voorbeeld: tijdens een grote nachtelijke bijeenkomst van de mijnwerkers gaat de aandacht van Dunne en Ford uitsluitend naar een emotionele toespraak van moeder Morgan ter verdediging van haar echtgenoot die tégen de staking was. Over wat de mijnwerkers daar bedisselen geen woord. Dat past ook niet in de Amerikaanse filosofie aangaande sociale relaties tussen kapitalisten en arbeiders. Nog een voorbeeld: kort na de staking wordt er in het huis van de Morgans tot twee keer toe een groot feest georganiseerd waarop het hele dorp is uitgenodigd. Na 22 weken zonder loon? Mooie voorstelling van zaken. Na het beëindigen van de staking worden getrouwde mannen overigens wegens hun hoge lonen systematisch afgedankt en vervangen door jongens tussen 12 en 16. Kinderarbeid heet dat in onze geschiedenisboeken en bij Stijn Coninx leidt dat in Daens (1992) tot beschamende sociale wantoestanden. Bij John Ford is er nauwelijks een vuiltje aan de lucht (behalve dan de vuile rook van de mijnschoorstenen) en maakt het zangkoor van de mijn zich op om voor de Britse koningin te zingen! De keuze die Philip Dunne uit de roman van Richard Llewellyn heeft gemaakt is er m.a.w. op gericht om een feelgoodfilm op het publiek los te laten. Vandaar die vijf Oscars. Maar met de harde realiteit in het boek van Llewellyn én in Wales rond de eeuwwisseling heeft dat allemaal weinig te maken.
 

 
Dat How Green was my Valley dan toch het etiket klassieker krijgt, is met andere woorden alleen verdedigbaar met het verstand op nul, niet alleen wegens de nauwelijks verdedigbare sociale context die de makers over hebben gehouden, maar vooral wegens het bij momenten zeer naïeve, suikerzoete en niet altijd even consequente scenario en de ronduit slechte acteerprestaties van sommige hoofdacteurs waarvoor John Ford tenminste gedeeltelijk om niet te zeggen hoofdzakelijk verantwoordelijk is.
 
BEELD EN GELUID
Fox heeft voor deze release de bijna 70-jarige film helemaal door de digitale restauratiemolen gehaald en het effect is verbijsterend goed, ook al zijn niet alle witte vlekjes en kleine ongerechtigheden weggewerkt. Maar het zwartniveau is duidelijk beter dan op vorige releases, met prachtige tinten van wit en zachtgrijs en heel veel ruimte voor details. De originele monogeluidtrack is vervangen door een stereoversie en voor een keer gaat het niet om een kunstmatige, maar om een echte stereotrack. Van Fox is nl. bekend dat het al in het begin van de jaren 40 experimenteerde met stereogeluid. De Franse en Italiaanse tracks zijn wél artificiële stereoversies. Ook hier heeft de restauratie goed gevolg gehad: geen kraakjes meer, een ruisniveau dat beduidend lager ligt en een geluidsband die minder schril klinkt, wat vooral de muziek ten goede komt.
 
EXTRA’S
De Originele Bioscooptrailer, een overbodige Fotogalerij en een aantal Andere Trailers (o.a. voor All About Eve).
 
CONCLUSIE                               
How Green Was My Valley, naar een roman van de Welsche auteur Richard Llewellyn, werd in 1942 bekroond met vijf Oscars. In tegenstelling tot z’n directe concurrenten uit die periode (Citizen Kane, Gone With The Wind) is John Fords film nog nauwelijks relevant voor een hedendaags publiek. Dat komt door de bedenkelijke acteerkwaliteit van een aantal hoofdrolspelers, een zorgelijk scenario en een ronduit ouderwetse regie. Naïef, oubollig en overdreven sentimenteel zijn drie hoofdkenmerken van John Fords How Green was my Valley.



cover



Studio: Fox

Regie: John Ford
Met: Walter Pidgeon, Maureen O’Hara, Anna Lee, Donald Crisp, Roddy McDowall, John Loder, Sara Allgood, Barry Fitzgerald, Patrice Knowles

Film:
6/10

Extra's:
4/10

Geluid:
7,5/10

Beeld:
8/10


Regio:
2

Genre:
Drama

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
1941

Leeftijd:
AL

Speelduur:
114 min.

Type DVD:
SS-DL


Beeldformaat:
1.33:1 PAL

Geluid:
Engels 2.0 Mono
Frans 2.0 Mono
Italiaans 2.0 Mono


Ondertitels:
o.a. Nederlands
Extra's:
• Originele Bioscooptrailer
• Fotogalerij
• Andere Trailers (o.a. voor All About Eve)

Andere recente releases van deze maatschappij