:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> GARFIELD - THE MOVIE
GARFIELD - THE MOVIE (BLU-RAY)
Bespreking door: Werner - Geplaatst op: 2010-04-18
FILM
De rosse kater Garfield (Bill Murray) heeft genoeg massa om de natuurwetten der gravitatie naar zijn hand, pardon, poot te zetten, zodanig dat de wereld rond hem draait. Zijn baasje, Jon Arbuckle (Breckin Meyer), voorziet hem regelmatig van de nodige porties lasagna, en het epicentrum van zijn leventje bevindt zich ergens tussen zijn voederbak en zijn slaapbak met daarin zijn beertje Pooky. Jon is waanzinnig verliefd op dierenarts Liz (Jennifer Love Hewitt), en tijdens een poging om haar te versieren laat hij het zich in zijn hoofd praten om naast de kater waar hij zijn handen al mee vol heeft, ook nog een hond in huis te nemen. Het mormel luistert naar de naam Odie, en is eerlijk gezegd niet van de intelligentsten. Garfield voelt zijn positie als huisdier nummer één bedreigd, en na wat duw-en trekwerk weet hij op een avond Odie buiten het huis te sluiten. Zijn vrienden Nermal (David Eigenberg) en Arlene (Debra Messing) kijken hem met de nek aan voor zijn wandaad, en om de brokken te lijmen vertrekt Garfield op zijn eentje naar de grote stad om Odie terug te halen, die intussen de ster is geworden van de TV-show van de gefrustreerde Happy Chapman (Stephen Tobolowsky).

Garfield en Jon staan in de tuin. Ze staren elkaar aan. Naast Garfield ligt er een pluim op de grond. Jon kijkt naar de pluim en zegt: "Garfield?" Waarop deze antwoordt met een blik van de onschuld zelve "Welke mus?"

Hebt u moeten lachen? Nee? Zal ik u even vertellen hoe dat komt? De humor van Garfield stelt niet zo heel veel voor in een andere vorm dan de korte, kernachtige drie plaatjes-strips van Jim Davis, die sinds 1978 een steile opgang heeft gekend. Een strip is natuurlijk compleet niet gelimiteerd door enige begrenzing dan die van de verbeelding, en de humor die van de strip zo'n succesnummer heeft gemaakt, grenst vaak aan het surrealistische. Bovendien is een dagstrip hét middel bij uitstek om gags en altijd weerkerende situaties grappig laten te worden door de kracht van de herhaling. Hoeveel keer heeft Garfield al het heroïsche gevecht aangegaan met de pratende weegschaal? Odie van tafel geschopt? De postbode te grazen genomen? Op maandag een ongeluk gehad? Jon een blauwtje zien lopen aan de telefoon? Spinnen doodgemept? Met een smoesje een vogel in zijn muil trachten te kletsen? Het klassieke recept is hetzelfde als waarmee Charles M. Schultz van zijn Peanuts een strip van wereldklasse heeft gemaakt: Snoopy versus de Rode Baron, Charlie Brown en de Vliegers-Etende Boom...

Dit hier was overigens niet de eerste Garfield-film; meer dan tien jaar geleden verschenen er al Garfield-tekenfilms zoals Garfield As Himself met de lengte van een standaard animatiefilm, weliswaar enkel op TV; deze film is de eerste film voor bioscoop en in real action. Waar dezelfde onbegrensdheid van fantasie in strips voor een groot deel letterlijk kan vertaald worden in tekenfilms, is dit niet noodzakelijk waar voor real action-films. De personages en de situaties moeten voldoende herkenbaar blijven. Anders dan superheldenfilms en grafische novellen zoals X-Men of Hellboy is de verfilming van een dergelijke gag-comic een zeer moeilijke genreoefening, waarbij de speciale effecten alleen geen garantie zijn op succes. Het helpt bijvoorbeeld al als de regisseur in kwestie de strips door en door kent, zoals Sam Raimi met Spiderman en Bryan Singer met X-Men bewezen hebben.

En is dat met deze Garfield ook gelukt? Ten dele; de film bevat enkele zeer sterke punten, maar ook enkele fatale zwakheden. Laten we beginnen met de overeenkomsten met de strip: de CGI-animatie van Garfield is voortreffelijk gedaan! Anders dan met poppen of animatronics is onze vadsige kater helemaal uit nullen en ééntjes opgetrokken, maar heeft men de technologie hiervoor zodanig op punt gesteld dat je er bij momenten écht wel intrapt en denkt dat Garfield van vlees en bloed is. Zoals we in de making of-documentaires leren is de rosse dikzak helemaal van spier tot pels opgebouwd, wat onder meer tot gevolg heeft dat de manier waarop Garfield loopt erg natuurlijk overkomt. De humor van de Garfieldstrip is grotendeels gebaseerd op het feit dat de kater niet kan spreken, maar wij door de denkballonnetjes wel mee zijn doorgaans sarcastisch getinte gedachten kunnen lezen. In de film is dit opgelost door Garfield weliswaar een stem mee te geven, maar ervoor te zorgen dat de menselijke acteurs hem niet kunnen verstaan, in tegenstelling tot zijn mededieren. Uitgezonderd Odie, die in de strip nooit dialogen heeft, en ook niet in deze film. De voicecasting van Bill Murray was een weloverwogen keuze; de eigengereide attitude die Garfield zichzelf aanmeet in de film, strookt voor de volle honderd procent met het karakter dat we uit de strips kennen. De liefhebbers zullen ook smullen van de vele details die zo uit de strip geplukt zijn: Garfield die een aversie heeft van muizen vangen, Garfield die orgastische genoegens beleeft aan Odie van de zetel te duwen, Garfields teddybeer Pooky, en natuurlijk de manier waarop Garfields leven bij herhaling wordt gered door de nodige hoeveelheden lasagna.

Aan Garfield zelf is dus niets mis; de zwakke punten - en dan drukken we ons nog voorzichtig uit - zit 'm in de nevenfiguren. In tegenstelling tot Garfield worden de andere dierlijke habitués uit de strip niet door CGI-namaaksels "vertolkt", maar door echte dieren, die door wireframe-technieken lipsynchroon praten, een truc die we ook al in films als Cats And Dogs hebben gezien. Voor de muizen die Garfield als onderhuurders beschouwt, of voor de roedel honden op de hondententoonstelling waar Garfield per abuis tussen belandt, is zulks geen bezwaar, maar we hebben meer problemen met drie voorname antagonisten: Nermal (David Eigenberg), Arlene (Debra Messing) en Odie. Vooral het karakter van Nermal - u weet wel, het liefste katje van heeeeeeeeel de wereld - is compleet out of place; in plaats van voortdurend Garfield te jennen en voor de rest schattig te wezen, is deze kat - we weten nog altijd niet of Jim Davis met Nermal een kater of een kattinetje bedoelt - een meeloper uit de Garfield-gang geworden. En we kunnen niet om het feit heen dat met het nemen van de eerste de beste grijze kater in plaats van een computergegenereerde Nermal - feitelijk in de strip een mini-versie van Garfield zelf, maar dan grijs - de suspension of disbelief helemaal niet werkt. Is Nermal dan nog een niet essentieel nevenkarakter, dan kan hetzelfde niet gezegd worden van Odie. In de strip is de hond een grove karikatuur, met een tong die groter is dan hijzelf - bron van een myriade aan visuele grappen. De teckel die in deze film is moeten opdraven lijkt in de verste verten niet op Odie, en ook hier kunnen we weer de vraag stellen waarom men zoveel moeite heeft gedaan om Garfield zo goed in CGI weer te geven en Odie, die toch het weerwerk moet leveren in de opbouw van de gags, zo slecht gelijkend geportretteerd wordt.

Wat de Garfield-strips ook aanstekelijk maakt is de graad van dorkiness van baasje Jon Arbuckle. In de strip is hij een pathetische, wereldvreemde loser die constant maar tevergeefs vrouwen (of toch minstens één) tracht te versieren, een hopeloze liefde koestert voor dierenarts Liz, maar telkens weet om de fair sex gillend uit zijn richting te doen rennen door zijn onhandigheid en manifest gebrek aan klasse. Dat in deze film Liz - Jennifer Love Hewitt - wél op zijn avances ingaat en zelfs het initiatief neemt, is een tegenstrijdigheid in het Garfield-axiomastelsel - zij het dat Jim Davis-referentiestelsel de laatste paar jaren wel een beetje is veranderd, en in de strip Jon nu toch een relatie heeft met Liz, zij het dat Jons sociale emotionele intelligentie er niet door heeft verhoogd. De grootste kracht van de Garfield-strip gaat immers uit van de tegenstelling tussen de lamme kater en de geschifte eigenaar en de manier waarop die elkaar voordurend op elkaars kop zitten. Dit komt helemaal niet uit de verf in de film, en dat is een gemiste kans. Het scenario stelt overigens niet zo veel voor: Stephen Tobolowsky is als Happy Chapman zowat de mottigste schurk die we hebben moeten aanschouwen, en is geen match voor de praatzieke kater. Het enige wat de film boven water houdt is de spitse commentaar van Bill Murray. Enkele van de beste gags uit de film zijn bovendien gesneuveld en in de deleted scenes-sectie verzeild, zoals het hele gedoe van Garfield die een lift naar de stad versiert door zich voor te doen als kattevellen muts van de één of andere club mannen op leeftijd die het midden houdt tussen een vrijmetselaarsloge en een karnavalstoet.

Wordt het wat met Garfield? Langs de ene kant wekt de manier waarop Garfield tot leven is gewekt absoluut bewondering, langs de andere kant zijn andere aspecten van en personages uit de film slecht of niet uitgewerkt. Een dubbeltje op zijn kant, dus.

BEELD EN GELUID

Ik heb nog nooit een Blu-ray disk gezien waarop 20 (21 als men de audiocommentaartrack meetelt) geluidssporen tegelijkertijd te vinden waren. Dit verraadt natuurlijk het kinderlijke aspect van de film: Garfield moet in elk van de landen van Europa de eigen taal spreken, terwijl het paradoxaal genoeg alleen in het Engels is dat zijn cynische oneliners zo goed op hun plaats liggen. De Engelse DTS-HD MA 5.1-track stelt echter niet teleur, wat een verbazing is door de grote hoeveelheid audio-materiaal op de disk, en voor een film die het vooral van komische situaties moet hebben, zijn scènes zoals die waarin Garfield de kamer van Jon ruïneert waneer hij uit frustratie één bal wegschopt en daarmee een kettingreactie in gang zet, dankbaar materiaal. Ook de scène waarin Garfield door een luchtverversingssluis wordt gezogen en uiteindelijk terechtkomt in een... vrachtwagen vol lasagna klinkt fris en helder. Meer dan de helft van de dialogen bestaat echter uit het gekwetter van pratende, overdubde dieren, en daar kan zelfs het beste soundscape niets aan veranderen; de detaillering van een high definition audio-medium zet zelfs de onvolkomenheden hiervan nog wat meer in de verf. Qua beeld is Garfield om te zoenen (de disk dan, niet de kat!): in de computeranimatie zijn tot en met de laatste haren van Garfield duidelijk zichtbaar. De kleuren zijn lichtjes oververzadigd om het geheel een meer cartoonachtige sfeer mee te geven, en het beeld scoort een stuk beter op vlak van compressie dan zijn dvd-evenknie.

EXTRA'S

Grootste verschilpunt met de dvd is de sectie bonusmateriaal. Die is uitgebreider en misschien iets relevanter dan op de vorige versie. D'r is ooit ook een 2-diskversie verschenen, en ik vermoed dat het extra bonusmateriaal daarvan afkomstig is. Na aftrek van de kinderspelletjes. Waar ik onmiddellijk een compliment over wens uit te spreken is over de duidelijke menustructuur, die niet altijd bij alle disks even goed is: bij het selecteren van talen on the fly verschijnt de taal in kwestie ook op het scherm. De eerste ernstige extra is een commentaartrack door regisseur Peter Hewitt en producent John Davis, die uiteraard gebonden zijn om een hoop te vertellen over het verschil tussen hun Garfield en die uit de strips. De tweede sectie bevat 17 minuten aan verwijderde scènes, waarvan het leeuwendeel testopnamen zijn van twee zwarte hip-hoppers die model stonden voor de dansscène met Garfield en Odie. In de andere scènes is Garfield nog niet finaal afgewerkt, en wordt die vervangen door een polygonaal computerfiguur of een pluchen pop

De meer voor volwassenen bestemde extra's beginnen met een 7 minuten durende "Garfield: Bringing the cat to life", uitleg over het creëren van de digitale Garfield. In het tweede filmpje, 6 minuten durend en voorzien van een multi angle-optie, toont tekenaar Jim Davis hoe Garfield is geëvolueerd in de loop der jaren. Dan volgen er een hoop extra features die op de dvd niet te vinden waren. "The birth of Garfield" (19 min.) toont ons hoe Jim Davis zijn originele ontwerp wat bijwerkte tot de Garfield die we nu kennen. De documentaire "The rise of Garfield" (13 min.) toont ons de ongelofelijke populariteit eens de krantenstrip national doorbrak en de strip een fenomeen werd. In "Garfield: From strip to script" (10 min.) tenslotte wordt verteld hoe de makers de uitdaging aangingen om van een 3 strookjes-strip naar een avondvullend programma over te schakelen zonder aan de ésprit van Garfield te raken. In de documentaire "Illustrated technical commentary" (11 min.) toont men nog eens de finesses van de creatie van de vadsige kater. Ik wens u ook te wijzen op het feit dat de filmpjes over de Vlaamse en Nederlandse dubbing gelukkig gesneuveld zijn. In de multi-angle documentaire "Grab a number 2 pencil: The evolution of Garfield" (6 min.) tekent auteur Jim Davis Garfield zoals die vroeger was en zoals ie nu is. Dan vinden we nog twee Multi-angle studies (2 min.) terug met verschillende stadia van afwerken, en ook nog eens 4 multi-angle storyboard to film comparisons (8:38), waarin je met de angle-knop kan switchen tussen het definitieve resultaat en de storyboards.

Als extra bonus, wat helemaal niets met deze film heeft te maken, maar een zeer aardige toevoeging is, vinden we het voor een oscar voor beste korte animatiefilm genomineerde filmpje Scrat: Gone Nutty. In deze 5 minuten durende CGI-cartoon vinden we het aandoenlijke wezentje Scrat terug uit de film Ice Age, die na al die jaren nog steeds op zoek is naar de beste manier om zijn verzameling noten te stockeren, met nog altijd even weinig succes. Vooral de pointe van deze cartoon, die we niet gaan verklappen, heeft ons doen schudden van het lachen. De cartoon is inmiddels al wel terug te vinden op de Blu-ray versie van Ice Age.

Pluspunt is dat alle extra's Nederlands ondertiteld zijn.

CONCLUSIE

We moeten deze bespreking haast afsluiten met een cliché zo hoog als een huis: "Garfield is leuk, maar de strip is toch beter"! Toch moeten we hier noodzakelijk stellen dat het bonusmateriaal en de fijne afwerking op technisch vlak de disk een stuk omhoogduwen. Voorwaar hebben we hier een Blu-ray met een topstatus, zij het uit een onverwachte hoek.



cover



Studio: Fox

Regie: Peter Hewitt
Met: Bill Murray, Breckin Meyer, Jennifer Love Hewitt, Stephen Tobolowsky, Alan Cumming, David Eigenberg, Debra Messing

Film:
6,5/10

Extra's:
8/10

Geluid:
9,5/10

Beeld:
9/10


Regio:
B

Genre:
Familiefilm

Versie:
Benelux (NL/FR)

Jaar:
2004

Leeftijd:
AL

Speelduur:
80 min.

Type DVD:
SS-DL

Barcode:
8712626044192


Beeldformaat:
1.85:1 HD

Geluid:
Engels DTS-HD MA 5.1
Vlaams Dolby Digital 5.1
Nederlands Dolby Digital 5.1
Frans DTS 5.1
Québeqois Frans Dolby Digital 5.1
Deens Dolby Digital 5.1
Fins Dolby Digital 5.1
Duits DTS 5.1
Italiaans DTS 5.1
Latijns-Amerikaans Spaans Dolby Digital 5.1
Noors Dolby Digital 5.1
Spaans DTS 5.1
Zweeds Dolby Digital 5.1
Bulgaars Dolby Digital 5.1
Kroatisch Dolby Digital 5.1
Tsjechisch Dolby Digital 5.1
Grieks Dolby Digital 5.1
Hongaars Dolby Digital 5.1
Sloveens Dolby Digital 5.1
Slovaaks Dolby Digital 5.1


Ondertitels:
Nederlands, Engels, Frans, Deens, Fins, Duits, Italiaans, Spaans, Noors, Spaans, Zweeds, Bulgaars, Kroatisch, Tsjechisch, Grieks, Hongaars, Sloveens, Roemeens, Slovaaks, Canadees Frans, Engels CC
Extra's:
• Audiocommentaartrack door Peter Hewitt en John Davis
• Verwijderde scènes
• Documentaire "Garfield: Bringing the cat to life"
• Documentaire "The birth of Garfield"
• Documentaire "The rise of Garfield"
• Documentaire "Garfield: From strip to script"
• Documentaire "Illustrated technical commentary"
• Multi-angle documentaire "Grab a number 2 pencil: The evolution of Garfield"
• Multi-angles
• 4 multi-angle storyboard to film comparisons
• Kortfilm "Gone Nutty"

Andere recente releases van deze maatschappij