:: BESPREKINGEN ::
DVDInfo.be >> Bespreking >> PAGE ONE A YEAR INSIDE THE NEW YORK TIMES
PAGE ONE A YEAR INSIDE THE NEW YORK TIMES
Bespreking door: William - Geplaatst op: 2011-11-28
DOCUMENTAIRE
In de Verenigde Staten zijn de reclame-inkomsten van de grote krantenconcern in de voorbije twee en een half jaar gedaald met meer dan 40 procent. In de kiosk kost The New York Times momenteel 3 dollar, maar dat is onvoldoende om de kosten te dekken voor het schrijven en drukken van de krant. Het management zag zich dan ook verplicht om de nieuwste toepassing, de website, eerste gedeeltelijk en vervolgens volledig betalend te maken, wat uiteraard gepaard ging met een voortschrijdend verlies van lezers voor beide media, want de generatie tot 35 jaar – opgegroeid met het idee dat alles gratis is – is niet bereid om te betalen voor de digitale versie van The Times en vindt de gedrukte versie van de krant sowieso niet cool genoeg anno 2011. De gevolgen zijn desastreus voor de industrietak: elke week gaat er in de States wel een belangrijke titel verloren. Grote en honderd jaar oude kranten dreigen op korte termijn over de kop te gaan: de L.A. Times, de San Francisco Chronicle, de Chicago Tribune, ze kunnen het hoofd nog nauwelijks boven water houden en al maanden wordt er openlijk gespeculeerd over het faillissement van de allergrootste in de branche, The New York Times.
 
 

 
Als een vrije en onafhankelijke pers de hoeksteen vormt van een democratische samenleving, dan is m.a.w. de democratie zelf in gevaar op het moment dat één van haar basisvoorwaarden onderuit wordt gehaald en de publieke opinie niet meer over de nodige informatie beschikt om zich een oordeel te vormen over de gang van zaken in een land, een stad of een dorp en over het beleid van de leiders die over haar welzijn en politieke toekomst waken. Optimisten suggereren dat de informatiestromen nu vrijer zijn dan ooit omdat informatie sinds het ontstaan van het internet niet langer het speelterrein is van een klein groepje specialisten, maar van iedere individuele burger, waarbij ze zich uiteraard geen vragen stellen over de betrouwbaarheid van het bronmateriaal of de actualiteitswaarde van de informatie. Bovendien is dat wat het grote publiek interesseert niet noodzakelijk belangwekkend voor het goed functioneren van een samenleving. Een overzicht van de meest gelezen artikels van een website die vooral schrijft wat mensen echt interesseert bevat voornamelijk bijdragen over lifestyle en entertainment. Politiek nieuws komt er nauwelijks aan te pas, tenzij het de portemonnee van de burger betreft of een of ander politiek schandaal. Voor onderzoeksjournalistiek is er hoegenaamd geen interesse. Heel populair is ondertussen Twitter, waar informatie plaats heeft gemaakt voor commentaar op informatie, te vergelijken met de vaak imbeciele reacties die onder artikels op de websites van Vlaamse kranten en weekbladen verschijnen en die niet alleen heel vaak gekleurd, maar zelfs racistisch van aard zijn en die het niveau van cafépraat zelden overstijgen.
 
 
Bij The New York Times (de reclame-inkomsten daalden in anderhalf jaar met ruim 45 procent) bleek inkrimpen de efficiëntste methode om een financieel debacle te vermijden. Alle medewerkers kregen een schriftelijk verzoek om vrijwillig te vertrekken en na aftrek werd de rest uitgekocht en weggestuurd. Voor sommigen was het het abrupte einde van een succesvolle carrière van meer dan 20 jaar, voor anderen de kans op een vervroegde uittreding en pensionering, voor de overblijvers betekende het vooral meer werk voor hetzelfde salaris. Tegelijk sloot de krant een aantal kantoren in grote steden in Amerika en daarbuiten, werd het aantal buitenlandse reizen beperkt en de participatie aan reizen van president Obama afgelast wegens te duur en journalistiek te weinig interessant. Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de geloofwaardigheid van The New York Times, want die had in het verleden een paar keer af te rekenen met schandalen die het imago grote schade toebrachten: zo was het The New York Times die voor en na de invasie in Irak (2003) bij monde van haar journaliste en Pulitzer Prize-winnaar Judith Miller volhield dat Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte. Later bleek dat Miller de informatie uit CIA-documenten had overgeschreven zonder ze te checken. The Times werd terecht onzorgvuldigheid aangewreven en blinde steun aan het Bush-regime. Het schandaal resulteerde in een dalende verkoop van de gedrukte versie van de krant. In hetzelfde jaar zag de krant zich gedwongen om medewerker en journalist Jason Blair de laan uit te sturen toen bleek dat hij niet alleen stukken van andere Times-journalisten had overgeschreven en geplagieerd, maar de verhalen en situaties uit z’n teksten gewoon had verzonnen.
 
 
In Page One: A Year Inside The New York Times volgt maker Andrew Rossi het reilen en zeilen op de Times-redactie via de ogen van David Carr, voormalig crackverslaafde en ondertussen één van de invloedrijkste journalisten van The New York Times, een man met een uitstekende pen die bekend staat om z’n diepgravende en betrouwbare dossiers, o.a. inzake media en cultuur. We zien hem aan de slag in z’n kantoor en thuis terwijl hij een dossier samenstelt over de Tribune Company, Amerika’s grootste multimediaconcern dat in 2008 failliet ging wegens financiële malversaties en geruchten over ongehoord seksueel gedrag van voorzitter en financier Sam Zell. Mede als gevolg van een reeks artikels van David Carr in The New York Times moest Zell in 2010 terugtreden. Carr doet er niet moeilijk over, hij ziet het als zijn maatschappelijke plicht om over dit soort onderwerpen verslag uit te brengen. Bovendien is hij vaak heel grappig en hanteert hij een zeer persoonlijke humor in z’n dagelijkse contacten en z’n voordrachten voor gelijkgezinden. Anderzijds is hij een man van de oude stempel die de evolutie in de uitgeversmarkt op z’n minst zorgwekkend noemt. Met Twitter is hij ondertussen vertrouwt en als een collega hem de mogelijkheden van iPad demonstreert merkt hij droogjes op dat hij het procedé herkent: het ziet eruit als een krant. Doch de bewering dat iPad de redder van de krant kan zijn, accepteert hij niet zondermeer, want ook de muziekbusiness is zgn. door iPad gered, maar de muziekuitgeverijen zijn sindsdien wel met handen en voeten gebonden aan Steve Jobs’ Apple voor hun inkomsten.
 
 
The New York Times is de derde krant van Amerika na The Wall Street Journal en USA Today en sinds 1990 is de dagelijkse oplage gedaald tot zo’n 900.000 en de weekenduitgave tot ruim 1.300.000 exemplaren. De New York Times-website is de populairste in de States met ruim 30 miljoen unieke bezoekers per maand, maar sinds er voor de informatie moet worden betaald (15 tot 35 dollar per week voor heavy readers al naargelang hun keuzepakket) is er ook hier sprake van een daling. In een poging om het tij te keren probeert The New York Times weer aan te sluiten bij een oude traditie, want de publicatie van de zgn. Pentagon Papers (1971) – geheime documenten over de politieke en militaire betrokkenheid van de USA in de Vietnam-oorlog – kreeg een vervolg met de publicatie van documenten uit de Wikileaks (2004-2009) van Julian Assange over de oorlog in Afghanistan, een omstreden keuze, maar The New York Times bevond zich in goed gezelschap, want The Guardian en Der Spiegel besloten om een gelijksoortige koers te varen. Voor The Times was het een kwestie van geloofwaardigheid, na de donkere periode als gevolg van de Judith Miller- en Jason Blair-affaires.
 
Van zijn maandenlange verblijf op The New York Times-redactie maakt Andrew Rossi ook gebruik om de hoofdredacteur en zijn eindverantwoordelijken te interviewen en het is duidelijk dat de crisissfeer nog altijd door de kantoren van de krant waart: om de kosten te drukken is de prestigieuze NYT-building ondertussen verkocht en wordt hij teruggeleased en de discussie over te veel of te weinig personeel is nog voortdurend aan de orde. Daarnaast is het elke dag opnieuw de vraag welke artikels de lezers op Page One, de voorpagina van de krant en/of de homepage van de webapplicatie verwachten, want uiteindelijk hangt het voortbestaan van het in 1851 opgerichte blad helemaal af van de geïnteresseerde koper.
 
 
BEELD EN GELUID
Maker Andrew Rossi maakt voor zijn documentaire gebruik van oude foto’s en zwart-witfootage uit het NYT-archief. De kwaliteit van dat materiaal is wisselvallig, maar dat hoeft ons van oude opnamen niet te verbazen. De recente opnamen zijn overigens uitstekend van kwaliteit zonder storende ongerechtigheden. Het geluid in 2.0 is meer dan voldoende voor dit soort documentaire en de muziekfragmenten leiden de kijker nooit af van wat echt belangrijk is in deze film: de informatie.
 
EXTRA’S
Een Originele Bioscooptrailer en een Trailer voor LennoNYC, die andere release van Living Colour Entertainment.
 

 
CONCLUSIE                               
Sinds de reclame-inkomsten in de krantenbusiness met bijna de helft zijn afgenomen in minder dan drie jaar is de zogenaamde evolutie van de industrietak uitgedraaid op een revolutie, want om te overleven zien de uitgevers zich verplicht om in versneld tempo nieuwe bronnen aan te boren om hun dalende inkomsten te compenseren. Zelfs een prestigieuze krant als The New York Times ontsnapt niet aan de principes van de vrije markt en regisseur Andrew Rossi slaagt erin om in Page One: A Year Inside The New York Times een omstandig portret te borstelen van de strategieën die worden gehanteerd om het bedrijf financieel overeind te houden en tegelijk journalistieke keuzes te maken die aangepast zijn aan de nieuwste mogelijkheden op het vlak van de verspreiding van informatie. Het is een boeiende en verrassende inkijk bij ’s werelds belangrijkste en invloedrijkste nieuwsverstrekker op de drempel van een onzeker, maar tegelijk opwindend nieuw tijdperk.



cover




Studio: Living Colour Entertainment

Regie: Andrew Rossi
Met: Tim Arango, Julian Assange, Carl Bernstein, David Carr, Bruce Headlam, Bill Keller, Brian Stelter, Jimmy Wales

Film:
8/10

Extra's:
0/10

Geluid:
8/10

Beeld:
8,5/10


Regio:
2

Genre:
Documentaire

Versie:
Benelux (NL)

Jaar:
2011

Leeftijd:
AL

Speelduur:
87 min.

Type DVD:
SS-DL

Barcode:
8717774232392


Beeldformaat:
1:85.1 PAL

Geluid:
Engels Dolby Surround 2.0

Ondertitels:
Nederlands, Frans
Extra's:
• Originele Bioscooptrailer
• Andere Trailer

Andere recente releases van deze maatschappij