Regie: James Bridges
Met: Jack Lemmon, Jane Fonda, Michael Douglas, Scott Brady, James Hampton, Peter Donat, Wilford Brimley, Richard Herd
Wat er echt aan de hand was in de kerncentrale vernemen we vanJack Godell die sinds het prille begin toezicht houdt op de veiligheid in de centrale: volgens de metertjes in de controlekamer was het koelwaterpeil om onduidelijke redenen gestegen en dus werd de druk verlaagd. Maar het metertje bleek defect te zijn en als gevolg van het wegstromende koelwater dreigde er oververhitting in de reactor met het wegsmelten van het nucleaire materiaal als gevolg. De technici ontdekken het defect tijdig zodat Godell een ramp kan voorkomen, maar tijdens het verhogen van de koelwaterdruk heeft hij een lichte trilling gevoeld. Hij denkt meteen aan de lassen van het koelwatervat en bij nazicht blijkt dat de bouwheer van de centrale geknoeid heeft met de verplichte röntgenfoto’s van de lasnaden. Godell deelt die informatie niet met de speciale onderzoekscommissie, maar hoopt het probleem op te lossen in samenwerking met zijn baas en de bouwheer van de centrale. Hij vangt evenwel bot en moet tot zijn verbijstering vaststellen dat de eigenaars groen licht krijgen van de onderzoekscommissie om de kerncentrale weer op te starten. Er blijft Godell maar één uitweg: de belastende documenten ter beschikking stellen van Kimberly Wells. De koerier die naar haar onderweg is komt evenwel nooit aan. Een race tegen de tijd begint...
Suggestie gecombineerd met uitstekende acteerprestaties, is regisseur James Bridges sterkste wapen, want met zeer weinig slaagt hij erin om de spanning tot op het einde vol te houden, terwijl die grotendeels afkomstig is van de interactie tussen de personages en veel minder als gevolg van de dreigende catastrofe, want die leest de kijker niet van de metertjes in de controlekamer af, maar van de gezichten van de paniekerige technici en de verontruste journaliste en haar medewerkers die toevallig getuigen zijn van het incident. En als op het einde van de film een deel van de koelwaterinstallatie instort, is het niet het beeldmateriaal dat indruk maakt, maar eerder het aanzwellende geluid dat veel meer suggereert dan de regisseur toont. Op die manier wordt voorkomen dat The China Syndrome uitgroeit tot een doordeweekse avonturen- of rampenfilm. James Bridges dwingt de kijker om z’n aandacht op de reacties van de personages te richten, want daarvan hangt het af of de waarheid al dan niet de publieke opinie bereikt.
Jane Fonda kon de Oscar- en Golden Globes-nominatie niet verzilveren, maar haar rol als Kimberly Wells behoort zonder twijfel tot de hoogtepunten uit haar carrière, want ze toont ons een jonge en ambitieuze vrouw, veroordeeld tot onbeduidende onderwerpen zoals de verjaardag van een tijger of de doortocht van walvissen voor de kust, die in een mum van tijd uitgroeit tot een zeer geloofwaardige journaliste die meer heeft gezien en gehoord dan haar is getoond en verteld, en die – zij het via de niet afnemende druk van haar cameraman - bereid is haar carrière op het spel te zetten om de waarheid aan het licht te brengen. Fonda straalt karakter en overtuiging uit, ondanks de babe-achtige manier waarop de regisseur haar personage gestalte geeft, waardoor Kimberly Wells eerder op één van Charlie’s Angels lijkt en eerder oppervlakkigheid of een interesse voor de onbeduidende dingen des levens gesuggereerd wordt. In The China Syndrome bewijst Jane Fonda dat ze meer is dan de dochter van.
Dat Jack Lemmon het gouden beeldje aan Dustin Hoffmann moest laten (voor z’n rol als Ted in Kramer Vs. Kramer) is één van die ongelukkige keuzes die de heren en dames van de Oscar-jury soms maken en waardoor men de kans liet liggen om een netelig maatschappelijk hangijzer onder de aandacht van een miljoenenpubliek te brengen. Lemmon moet het met veel minder screentijd stellen dan Jane Fonda, maar in de twee lange scènes waarin hij de hoofdrol speelt, maakt hij een verpletterende indruk als de immer loyale specialist die er alles aan doet om de schade voor zijn bazen te beperken (o.a. door zijn vermoedens niet mee te delen aan de onderzoekscommissie), maar die zich vervolgens realiseert dat er meer op het spel staat dan zijn goed georganiseerde en wat saaie leventje, en die dus maatregelen treft om een herstart van de kernreactor te beletten. Jack Lemmon, die nooit helemaal zijn komische imago uit de eerste helft van zijn carrière kwijtraakte (o.a. Some Like it Hot, 1959; Avanti!, 1972), zet een zeer sterke en overtuigende Jack Godell neer, een figuur waarin de kijker de tweestrijd herkent tussen loyauteit en verantwoordelijkheidszin. In een kleinere rol zien we ook Michael Douglas aan het werk. Hij had eerder de aandacht getrokken als inspecteur Steve Keller in de succesvolle tv-serie The Streets Of San Francisco (1972-1976) en de horrorfilm Coma (1978) van regisseur Michael Crichton (de auteur van de roman Jurassic Park), maar als Kimberly Wells’ cameraman Richard Adams trok hij pas echt de aandacht, mede door de ongedwongen en ongekunstelde manier waarop hij het personage gestalte geeft.
BEELD EN GELUID
Het beeld is helemaal schoongemaakt, maar dat gaat een beetje ten koste van de scherpte. Ook de kleuren moeten terrein prijsgeven, maar in de nachtelijke scènes, de verdonkerde nieuwstudio, de eerder kleurloze controlekamer en het grijs-blauwachtige interieur van de kerncentrale, speelt dat manco nauwelijks een rol. De geluidstrack staat in de oorspronkelijke mono-versie en is op het scherpe alarmgeluid en de piepende autobanden tijdens een enerverende achtervolging na nauwelijks spectaculair.
EXTRA’S
De Originele Bioscooptrailer en een Filmografieën van de regisseur en de hoofdrolspelers.




