Regie: Arnaud Sélignac
Met: Léa Drucker, Thierry Frémont, Aurore Clément, Philippe Lefebvre, Sophie Broustal, Olivier Sitruk, Alain Doutey, Mathieu Delarive, Hugo Sélignac
In Divine Émilie schetst regisseur Arnaud Sélignac het levensverhaal van de Franse wis- en natuurkundige Émilie Le Tonnelier de Breteuil, Marquise du Châtelet (1706-1749) die vooral bekendheid geniet door haar vertaling van Isaac Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687 waarin hij o.a. de zwaartekracht beschrijft en de Drie Wetten van Newton formuleert, een werk dat in Frankrijk tot vandaag toonaangevend is gebleven. Markiezin Émilie de Breteuil was een femme savante, een gestudeerde vrouw, wat in die tijd uiterst zeldzaam was, want vrouwen van stand behoorden vooral aantrekkelijk te zijn en in staat om een salon te runnen waar ze kunstenaars en politici ontvingen. Als tijdverdrijf konden ze kaarten, breien of paardrijden en het was heel gewoon dat een getrouwde vrouw van stand ook een minnaar nam, maar studeren, laat staan wetenschappelijke experimenten uitvoeren en moeilijke boeken schrijven, het werd van een vrouw niet verwacht en het werd zelfs afgeraden. Waar ging het met de wereld naartoe als vrouwen zich als mannen gingen gedragen? Dat het met Émilie slecht zou aflopen stond dan ook in de sterren geschreven, want geen van haar echtgenoten was intelligentie genoeg om haar uiteindelijk niet te vervelen. In de 20 jaar oudere Voltaire vond ze een verwante ziel met wie ze een hele tijd in Cirey samenleefde onder het verdraagzaam oog van haar wettelijke echtgenoot. Een uit de hand gelopen flirt van Voltaire met zijn bijna 40 jaar jongere nichtje gooit evenwel roet in het eten en Émilie legt het aan met de veel jongere dichter Saint-Lambert die haar ook op seksueel vlak meer te bieden heeft. Ze leeft op en verwaarloost tijdelijk de vertaling van Newtons Mathematica, maar als ze beseft dat de zwangerschap haar leven in gevaar brengt, gaat ze verwoed weer aan de slag.
De in Vlaanderen en Nederland nauwelijks bekende Franse actrice Léa Drucker kruipt in de huid van Émilie de Breteuil. Ze toont de kijker een hoofdpersonage dat liefst van al haar natuurlijke milieu ontvlucht om te studeren en te experimenteren. In de film zien we Émilie als meisje, maar ook als volwassen vrouw van 40+ en in beide rollen overtuigt Drucker zonder meer, ook al is ze ondertussen de kaap van 35 gepasseerd. Vooral in de tweede helft van de film, als de make-up, de pruiken en de ruisende jurken plaats hebben gemaakt voor de wetenschapper in sjofele kleren en met ongekamd haar, maakt de actrice het personage met eenvoudige middelen voor de kijker geloofwaardig en dat is nodig, want regisseur Arnaud Sélignac is duidelijk te veel met camerastandpunten, make-up, aankleding en production design bezig waardoor z’n personages heel lang niet meer zijn dan pratende marionetten, zij het in een wondermooi decor en in oogverblindende toiletten. Telkens als Thierry Frémont (La Rafle, 2010) in een scène verschijnt stijgt de kwaliteit van de film een beetje en dat is uiteraard een compliment voor een acteur die erin slaagt om Voltaire vanaf z’n allereerste optreden helemaal in het begin van de film (hij geeft de kleine Émilie een snoepje waarvoor ze hem vergeet te bedanken wegens een volle mond) op de radar van de toeschouwer te zetten. Frémont maakt van Voltaire een distingeerde en wijze man die er niet voor terugdeinst om via z’n geschriften het hof het vuur aan de schenen te leggen. Hij betaalt z’n grote mond af en toe met een arrestatie of een jarenlange verbanning en op het einde van z’n leven is hij beroemd in het Pruisische Berlijn, maar wordt hij in Parijs als een paria behandeld. De pijn en de frustratie die daarvan het gevolg zijn evoceert Frémont op een perfecte manier in enkele korte scènes waarin Voltaire zich beklaagt tegen Émilie en haar vertelt hoe ziek het hem wel maakt. Voltaire is een hypchonder, vertrouwt gravin de Saint-Pierre, Émilies beste vriendin, haar toe en ze heeft gelijk, want op het moment dat een bode zich aanmeldt met de boodschap dat z’n zoveelste arrestatie door Lodewijk XIV ingetrokken is, voelt Voltaire zich op slag kiplekker en besluit hij om meteen naar Parijs te vertrekken.
De rest van de cast is vaak goed op dreef, maar de meeste karakters zijn niet meer dan achtergrondgarnituur voor het verhaal over Émilie en Voltaire. Als pasmunt gebruikt regisseur Arnaud Sélignac een bloedmooi decor, een overdadige kostumering en maquillage om het hofleven in de eerste helft van de 18de eeuw als een echte sprookjeswereld bij de kijker te introduceren en het resultaat mag er zijn, want wat u te zien krijgt hoeft niet onder te doen voor de beste Engelse en Amerikaanse kostuumdrama’s van tegenwoordig. De details in de interieurs zijn minutieus aangebracht, de snit en de tinten van de jurken zijn vaak adembenemend, de zorg voor nieuwigheden uit de periode (o.a. brillen en horloges) is opmerkelijk. Maar de regisseur maakt vaak sprongen van vele jaren om een periode van meer dan dertig jaar in 100 minuten te overbruggen en af en toe is het niet helemaal duidelijk wie nu precies wie is, want onder hun zware pruiken lijken de mannelijke figuren allemaal een beetje op elkaar. De verhaalstof is evenwel altijd boeiend en interessant en de regisseur houdt zich vrij goed aan de historische feiten. Jammer dat de voortgang van het verhaal vaak voorrang krijgt op de karakterontwikkeling waardoor de kijker het moeilijk heeft om zich met de personages te vereenzelvigen.
BEELD EN GELUID
De beeldkwaliteit is voorbeeldig op een paar donkere fragmentjes na waarin de kleuren de neiging hebben om door elkaar te vloeien. Ze zijn evenwel fris en heftig waardoor de dames er piekfijn uitzien in hun sprookjesachtige toiletten. In de wat donkere werkkamer in Cirey zijn de tinten gedempt met grijs en bruin als hoofdtonen. Émilie loopt er op dat moment als een stoffige professor bij, waardoor de sfeer ook helemaal die van een plek is waar vooral gestudeerd en bestudeerd wordt. Het beeld is altijd scherp, van ongerechtigheden is geen sprake en de zwarttinten zijn in orde. Componist François Staal (La Dame De Monsoreau, 2008) heeft geprofiteerd van het veelzijdig scenario om een gevarieerde soundtrack te schrijven met somptueuze hofcomposities en kleine eenvoudige muziekfragmentjes. Het geluid staat in 5.1 met een vrij actieve surround.




